Gerechtshof Den Haag 19 december 2018 (hackverweer), ECLI:NL:GHDHA:2018:3528

Gerechtshof Den Haag 19 december 2018 (hackverweer), ECLI:NL:GHDHA:2018:3528

Verdediging voert een zogenaamd “hackverweer” gevoerd dat er kort samengevat op neerkomt dat die strafbare handelingen niet door verdachte zelf of met zijn medeweten zijn verricht, maar door een (veelal onbekende) derde die zich toegang tot zijn computer had verschaft.

Het hof stelt voorop dat bij de beoordeling van een dergelijk verweer als maatstaf dient te worden aangelegd of – alle feiten en omstandigheden in ogenschouw nemende – dit verweer al dan niet in meer of mindere mate aannemelijk is geworden (vergelijk HR 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3359). Het is aan de verdachte om die feiten en omstandigheden aan te voeren. Volgens vaste jurisprudentie mag de rechter, naast de weerlegging in de bewijsmotivering, ook de onwaarschijnlijkheid, onaannemelijkheid en/of de ongeloofwaardigheid van alternatieve scenario’s in zijn oordeelsvorming betrekken.

Voorts mag de rechter er, behoudens sterke aanwijzingen voor het tegendeel, van uitgaan dat op een computer (of in een beveiligde online omgeving) aangetroffen gedownloade of gekopieerde bestanden daarop zijn geplaatst door de gebruiker van die computer, en dat wanneer uit nadere (meta)data blijkt dat bepaalde websites of bepaalde bestanden zijn geopend, die handelingen zijn verricht door de gebruiker van die computer.

Factoren die bij de beoordeling van de aannemelijkheid kunne worden betrokken:

Bij de beoordeling of een “hackingverweer” in meer of mindere mate aannemelijk is geworden kunnen diverse factoren worden betrokken, waaronder onder meer:

Categorieën: Bewijs (strafrechtelijk), Kinderporno

Tags: , , ,