Gerechtshof Den Haag 20 april 2018 (naheffingsaanslag internetpokeraar), ECLI:NL:GHDHA:2018:952

Gerechtshof Den Haag 20 april 2018 (naheffingsaanslag internetpokeraar), ECLI:NL:GHDHA:2018:952

Gedurende de periode 1 januari 2006 tot 1 november 2008 neemt belanghebbende vanuit Nederland, een sporadische uitzondering daargelaten, als cashgamer deel aan internetpokerspelen bij een drietal buitenlandse organisatoren en heeft hij, het Hof acht dit aannemelijk, jaarlijks tienduizenden spellen en bedragen gewonnen. Precieze bedragen per keer zijn niet meer vast te stellen. Niet is uit te sluiten dat, met hogere inzetten, cashgames zijn gespeeld met gewonnen bedragen per spel van boven de vrijstelling van € 454. Belanghebbende heeft destijds de Inspecteur op basis van, naar is gebleken, “een foute toezegging van de Belastingdienst met betrekking tot de heffing van de inkomstenbelasting” gegevens over de gewonnen prijzen verschaft. De Inspecteur heeft evenwel nageheven op basis van niet gespecificeerde cijfers en zonder toepassing van de kansspelbelastingvrijstelling. Onduidelijk is gebleven of is geheven over de prijzen, over de “bruto spelopbrengst” dan wel over “een saldobedrag per jaar”. Ter zitting heeft de Inspecteur verklaard geen zicht te hebben op de bedragen, niet te weten of de prijzen van  A  deel uitmaken van de resultaten die de vorige advocaat van belanghebbende heeft aangeleverd, niet te weten of en in hoeverre verliezen – bedoeld zal zijn inzetten – in aanmerking zijn genomen, en te hebben nageheven op basis van een, door belanghebbende overigens betwiste, met de vorige advocaat gesloten overeenkomst.

Dit alles overziend en in aanmerking nemend dat in eerste instantie op de Inspecteur de bewijslast rust en dat belanghebbende voornamelijk aan de pokerspelen deelnam als cashgamer, acht het Hof aannemelijk, ook gelet op het geheel aan verder beschikbare gegevens, dat een zeer belangrijk deel van de door belanghebbende gewonnen prijzen beneden de limiet van € 454 zijn gebleven en derhalve niet aan kansspelbelasting zijn onderworpen. Omdat partijen daaromtrent geen inzicht (meer) kunnen geven, zal het Hof dat deel in goede justitie stellen op 60 percent van de in de naheffingen begrepen gewonnen bedragen.

Met betrekking tot zijn overige stellingen heeft belanghebbende geen feiten en omstandigheden aangevoerd dan wel, tegenover de betwisting door de Inspecteur, aannemelijk gemaakt die de conclusie rechtvaardigen dat met de naheffingen een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, waaronder het vertrouwensbeginsel, of een andere rechtsregel van nationale of Europeesrechtelijke aard, is geschonden dan wel anderszins dat de naheffingsaanslagen ten onrechte zijn opgelegd of verder moeten worden verlaagd.

Categorieën: Belastingrecht, Gokken op internet

Tags: , , , ,