Gerechtshof Den Haag 22 april 2014 (appelringen), ECLI:NL:GHDHA:2014:1341



Gerechtshof Den Haag 22 april 2014 (appelringen), ECLI:NL:GHDHA:2014:1341

Voor zover voor internetrecht van belang:

Gedaagde heeft vervolgens voor alle weren een beroep gedaan op de onbevoegdheid van de rechtbank. Volgens haar zijn op de overeenkomst de NZV-voorwaarden van toepassing en omdat daarin een arbitraal beding is opgenomen, is tussen partijen een rechtsgeldige overeenkomst van arbitrage tot stand gekomen. Dat brengt, aldus gedaagde, op grond van artikel 1022 lid 1 Rv mee dat de rechtbank Rotterdam onbevoegd is over dit geschil te oordelen.

Of algemene voorwaarden deel zijn gaan uitmaken van de overeenkomst wordt binnen het raam van het WKV bepaald volgens de regels die gelden voor de totstandkoming en uitleg van overeenkomsten. Behalve op hetgeen is bepaald in artikelen 8 en 9 over verklaringen respectievelijk gewoonten, komt het daarbij aan op de bepalingen van Deel II (Totstandkoming van de overeenkomst), waarvan de kern wordt gevormd door artikelen 14 (aanbod) en 18 (aanvaarding). Dit samenstel van regels brengt, zo is het hof van oordeel, mee dat algemene voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst als partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst uitdrukkelijk of stilzwijgend met het incorporeren van die voorwaarden in de overeenkomst hebben ingestemd én de wederpartij van de gebruiker van die voorwaarden een redelijke gelegenheid heeft gehad van die voorwaarden kennis te nemen. 

Gedaagde heeft niet (voldoende gemotiveerd) betwist dat zij de algemene voorwaarden nimmer aan eiser heeft toegezonden. De enige mogelijkheid voor eiser om van de voorwaarden kennis te nemen is dat deze op internet, te weten de website van de NZV, (voor eiser) te raadplegen waren. Dit is echter – in het licht van het voorgaande – reeds bij gebreke van een duidelijke verwijzing naar die kennisnamemogelijkheid van de zijde van gedaagde – onvoldoende om aan te nemen dat deze voorwaarden van de overeenkomst deel zijn gaan uitmaken.

Dat partijen voor het aangaan van de overeenkomst reeds zeven keer eerder overeenkomsten met elkaar hadden gesloten, bij welke gelegenheden gedaagde steeds zowel op haar opdrachtbevestigingen als op haar facturen naar de NZV-voorwaarden had verwezen, kan haar evenmin baten, omdat gesteld noch gebleken is dat eiser bij eerdere gelegenheden wél een redelijke gelegenheid heeft gehad van de algemene voorwaarden kennis te nemen en derhalve niet kan worden aangenomen dat de algemene voorwaarden op die eerdere overeenkomsten wél van toepassing waren. Verder brengt het feit dat eiser bij die gelegenheden nimmer aanleiding heeft gezien over de betekenis van de verwijzing aan gedaagde opheldering te vragen onder vigeur van het WKV niet mee dat zij bij gedaagde het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat zij instemde met de toepasselijkheid van de NZV-voorwaarden.


Categorieën: Algemene voorwaarden, E-commerce, Internationaal privaatrecht, nocategory

Tags: , , , , ,