Gerechtshof Den Haag 23 januari 2018 (webboek Pretium), ECLI:NL:GHDHA:2018:30

Gerechtshof Den Haag 23 januari 2018 (webboek Pretium), ECLI:NL:GHDHA:2018:30

Alles afwegende, is het hof van oordeel dat het belang van de vrijheid van meningsuiting van geïntimeerde in dit geval prevaleert boven het belang van appellant en Pretium bij bescherming van hun persoonlijke levenssfeer en eer en goede naam, en dat de vorderingen zoals deze zijn ingesteld door Pretium c.s. moeten worden afgewezen. De bezwaren van Pretium c.s. richten zich met name op de publicatie van privé gegevens van

appellant en mensen uit zijn familie- en kennissenkring, en op de wijze waarop geïntimeerde zijn webboek heeft geschreven, namelijk op (volgens Pretium c.s.) voor appellant zeer negatieve en kwetsende wijze en met gebruikmaking van retorische en suggestieve stijlfiguren. In dit verband acht het hof van belang dat de passages waar Pretium c.s. naar verwijzen ter onderbouwing van hun bezwaren, slechts een relatief klein deel vormen van het omvangrijke “Dossier Pretium”, terwijl de resterende delen van het webboek naar het oordeel van het hof wat betreft inhoud en toonzetting weliswaar kritisch (en mogelijk kwetsend voor appellant) zijn maar voor de beoordeling van de onrechtmatigheid ervan niet op één lijn kunnen worden gesteld met de door Pretium c.s. expliciet genoemde passages. De stelling van Pretium c.s. dat het webboek voor de beoordeling van de (on)rechtmatigheid als één geheel moet worden gezien wordt daarmee verworpen. De door Pretium c.s. gevorderde verwijdering van het gehele “Dossier Pretium” vormt in dat licht beschouwd een te vergaande inbreuk op het recht op vrije meningsuiting van geïntimeerde. Ook als het hof er veronderstellenderwijs van uit gaat dat het “Dossier Pretium” passages bevat die geen toegevoegde waarde hebben voor het publiek debat en die op zichzelf beschouwd als onrechtmatig jegens Pretium en/of appellant moeten worden aangemerkt, hetgeen geïntimeerden overigens gemotiveerd betwisten, dan nog rechtvaardigt dit niet de veroordeling van geïntimeerden tot verwijdering van (onder meer) het gehele “Dossier Pretium”. De inbreuk op de vrijheid van meningsuiting dient niet verder te gaan dan strikt noodzakelijk is om een eventuele onrechtmatigheid op te heffen. Anders dan het geval is bij een gewoon boek dat in drukvorm is verschenen en in winkels ter verkoop wordt aangeboden, is het bij een op internet gepubliceerd (omvangrijk) webboek als hier aan de orde eenvoudig mogelijk om eventuele onrechtmatigheden in de voor een lezer toegankelijke inhoud aan te passen of te verwijderen, zonder dat hiervoor de algehele verwijdering van het werk nodig is. Nu Pretium c.s. expliciet geen aanpassing of schrapping van bepaalde passages vorderen, maar verwijdering van het gehele werk van geïntimeerde, zijn deze vorderingen niet toewijsbaar.

Categorieën: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Vrijheid van meningsuiting

Tags: , , , , ,