Gerechtshof Den Haag 23 mei 2017 (RTBF verboden vuurwapenbezit), ECLI:NL:GHDHA:2017:1360

Gerechtshof Den Haag 23 mei 2017 (RTBF verboden vuurwapenbezit), ECLI:NL:GHDHA:2017:1360

Hoger beroep van Rechtbank Rotterdam 29 maart 2016 (RTBF verboden vuurwapenbezit), ECLI:NL:RBROT:2016:2395. De vraag is of Google zich in dit geval met vrucht op vrijheid van meningsuiting kan beroepen.

Uit de omstandigheid van verweerder niet meer dan een taakstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete is opgelegd, is af te leiden dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan een (zeer) ernstige vorm van verboden wapenbezit.

Als advocaat speelt verweerder weliswaar een zekere rol in het openbare leven, maar gezien zijn positie als medewerker op een groot advocatenkantoor die adviseert met betrekking tot zakelijke contracten, kan niet worden gezegd dat het hier gaat om een rol van meer dan ondergeschikte betekenis.

Naar het oordeel van het hof was op en na de datum van de beschikking van de rechtbank het belang bij het publiek om kennis te kunnen nemen van de veroordeling van verweerder in 2012 niet zodanig dat gesproken kan worden van een bijzonder geval dat de – omdat het om bijzondere gegevens gaat: ernstige – inmenging in diens privacy kon en kan rechtvaardigen. Dat, zoals Google verder nog heeft gesteld

kan niet toch een ander oordeel leiden. Daarvoor zijn deze stellingen, ook in onderlinge samenhang bezien, van te weinig gewicht.

De vraag of Google zich in dit geval met vrucht op vrijheid van meningsuiting kan beroepen moet dus ontkennend worden beantwoord. Google heeft door opname van de twee URL’s, of een daarvan, in haar resultatenlijst het verbod van art. 16 Wbp geschonden, zodat een bevel tot verwijdering daarvan op zijn plaats is.

Categorieën: Gegevensbeschermingsrecht, Right to be forgotten, WBP

Tags: , , , , , , , , , , ,