Gerechtshof Den Haag 3 maart 2020 (Miss Holland India), ECLI:NL:GHDHA:2020:359

Gerechtshof Den Haag 3 maart 2020 (Miss Holland India), ECLI:NL:GHDHA:2020:359

Kort geding dus geen oordeel over de gegrondheid van verwijten. Hof toetst of  het voorshands verdedigbaar is dat en wat de finalisten in de media over appellant, Taj Events en de verkiezing hebben gecommuniceerd.

Alle schriftelijke perspublicaties gaan over de beweegredenen van de vijf finalisten voor hun terugtrekken uit de finale, hun strijd via Miss Awareness en (mogelijke) rechtszaken. De insteek is niet om appellant zelf te beschadigen. Uit nagenoeg alle berichten blijkt expliciet dat het om geruchten gaat en daarmee dat de ex-finalisten de verwijten jegens appellant, Taj Events en de verkiezing van horen zeggen hebben. De berichten zijn voldoende terughoudend en zakelijk en in het licht van de vermeende misstand, niet onnodig grievend. Concrete handelingen zijn niet beschreven. Over misdrijven of ander strafbaar gedrag is niets bericht.

Op de ‘Miss Awareness’ Facebookpagina en in andere media doen de ex-finalisten op dit moment geen nieuwe uitlatingen meer over appellant, Taj Events en de Miss Holland India verkiezing. Op de Miss Awareness facebookpagina trekken zij voornamelijk ten strijde tegen seksuele intimidatie en tegen wat zij noemen ‘wurgcontracten’. Hun doel met de facebookpagina is om vrouwen te waarschuwen en weerbaar te maken, slachtoffers van ongewenste intimiteiten te steunen en taboes rondom seksueel ongepast gedrag in de Hindoestaanse gemeenschap te doorbreken. Zij bespreken deze onderwerpen in het algemeen. Naar het voorshands oordeel van het hof is dit niet onrechtmatig en geen wanprestatie.

Categorieën: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Sociale netwerksites

Tags: , , ,