Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 24 januari 2020 (publicatie via papieren print), ECLI:NL:GHSHE:2020:226

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 24 januari 2020 (publicatie via papieren print), ECLI:NL:GHSHE:2020:226

Voor zover van belang voor internetrecht:  Het Hof leidt uit de wetsgeschiedenis van art. 139, lid 2, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet af (i) dat met het elektronisch beschikbaar blijven van de publicatie wordt nagestreefd dat het voor iedere burger op elk moment duidelijk moet zijn welke publicatie rechtsgeldig is en (ii) dat het elektronisch beschikbaar blijven van de publicatie niet via internet hoeft te gebeuren.

Naar aanleiding van de vraag van de griffier van de Rechtbank om overlegging van bewijs van publicatie waaruit blijkt dat en op welke wijze is voldaan aan de wettelijke verplichting tot bekendmaking van de Verordening, heeft de Heffingsambtenaar een print van de betreffende uitgave van het Elektronisch gemeenteblad overgelegd. Het Hof is van oordeel dat de publicatie beschikbaar, namelijk als papieren print van (elektronische) informatie, is gebleven. In de via internet te raadplegen Verordening is vermeld als bron van bekendmaking: “Elektr. gem.bl. 27-12- 2012”, zodat hieruit in samenhang met de hiervoor bedoelde print blijkt dat de publicatie heeft plaatsgevonden.

Gelet op het voorgaande is het Hof van oordeel dat de omstandigheid dat de betreffende uitgave van het Elektronisch gemeenteblad niet meer online is te raadplegen geen strijd oplevert met het bepaalde in artikel 139, lid 3, tweede volzin, van de Gemeentewet.

Categorieën: Bekendmaking op internet, Bestuursrecht

Tags: , , , ,