Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 6 augustus 2014 (geen incidentele verkoop privégoederen), ECLI:NL:GHSHE:2014:2593

 

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 6 augustus 2014 (geen incidentele verkoop privégoederen), ECLI:NL:GHSHE:2014:2593Verdediging: geen sprake van bijstandsfraude, nu enkel sprake is geweest van het verkopen van een aantal goederen door verdachte via ‘Marktplaats’, waarmee door verdachte geen substantiële inkomsten zijn genoten, althans van welke inkomsten alsmede de daarmee verband houdende transacties op ‘Marktplaats’ de omvang niet is komen vast te staan.

Blijkens de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (zie de uitspraak van 8 juni 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM9097 en de uitspraak van 15 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP8124) wordt de opbrengst van het incidenteel verkopen van privé-goederen, al dan niet via internet, in het algemeen niet als inkomen in de zin artikel 32, eerste lid van de Wet werk en bijstand (hierna: WWB) aangemerkt, zodat daarvan door de bijstandsgerechtigde in beginsel, in tegenstelling tot andere inkomsten, geen mededeling behoeft te worden gedaan als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de WWB.

In de bewezenverklaarde periode heeft verdachte zowel diverse auto’s, als een groot aantal auto-onderdelen van verschillende soort en aard verkocht.

Het hof is van oordeel dat deze door verdachte verkochte goederen gelet op hun hoedanigheid niet als privé-goederen kunnen worden aangemerkt en dat gelet op de frequentie en professionaliteit waarmede deze verkoop heeft plaatsgehad, die verkoop ook niet slechts als incidenteel kan worden beschouwd.

 

Categorieën: nocategory, Online veilingen-marktplaats, Sociaal zekerheidsrecht