Hof Amsterdam 13 september 2011 (Nijntje hoger beroep), LJN BS7825 (ECLI:NL:GHAMS:2011:BS7825)



Hof Amsterdam 13 september 2011 (Nijntje hoger beroep), ECLI:NL:GHAMS:2011:BS7825, LJN BS7825


Hoger beroep van Voorzieningenrechter Amsterdam 22 december 2009 (Nijntje), ECLI:NL:GHAMS:2011:BS7825, LJN BK7383. In het vonnis is per afbeelding aangeduid hoe de teneur van het oorspronkelijke werk, te weten de figuur Nijntje met de hierboven beschreven auteursrechtelijk beschermde trekken, is gewijzigd door het toevoegen van tekst en beeldelementen die niet bij Nijntje horen. Zo is achtereenvolgens onder meer sprake van Nijntje in verband met een hardcore feest, stoned als een garnaal, een trancenicht, pep en hakkûh. Dat is evident parodiërend gebruik waarbij het werk zelf op de korrel wordt genomen en waarbij de spot er dik bovenop ligt. Dat gebruik is, objectief bezien, in overeenstemming met hetgeen naar de regels van het huidige maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is. Ten aanzien van de kennelijk humoristische en ironiserende bedoeling van de parodie geldt, dat niet nodig is dat iedereen erom kan lachen.


Het hof acht de aanwezige kans op verwarring en reputatieschade alsmede op aantasting van de betrokken belangen van Mercis c.s. niet dusdanig groot dat dit aan toepasselijkheid van de in art. 18b Aw vervatte beperking van het auteursrecht in de weg staat.


Een geslaagd beroep op de exceptie van art. 18b Aw wordt geacht mede te omvatten dat geen beroep op persoonlijkheidsrechten kan worden gedaan. Een (geslaagde) parodie is niet meer dan dat en kan derhalve niet worden aangemerkt als een “misvorming, verminking of andere aantasting” als bedoeld in art. 25 (lid 1 sub d) Aw. Het ligt besloten in de vaststelling dat het gewraakte gebruik van het auteursrechtelijk beschermde werk in het onderhavige geval in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is, welk parodiërend gebruik de maker ingevolge de wet zal hebben te dulden. Aan deze normen is in het onderhavige geval voldaan, ook waar het betreft het door Mercis c.s. gevreesde verwarringsgevaar bij jonge kinderen.


Categorieën: Auteursrecht, nocategory

Tags: , ,