Hof Amsterdam 19 januari 2010 (Buma vs. PRS), LJN BL4289 (ECLI:NL:GHAMS:2010:BL4289)



Hof Amsterdam 19 januari 2010 (Buma vs. PRS), ECLI:NL:GHAMS:2010:BL4289, LJN
**BL4289**

Tussen PRS en Buma geldt een “Contract of Reciprocal Representation” (CRR) waarin zij elkaar bevoegdheid verlenen elkaars repertoire te exploiteren. Artikel 6 van de CRR bevat een gebiedsafbakening, die het mandaat van Buma beperkt tot Nederland. PRS vordert verbod Buma om licenties voor online muziekgebruik buiten Nederland aan te bieden.


Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil of de gebiedsafbakening voorzien in artikel 6 van de CRR ook betrekking heeft op zogenoemde online-licenties dan wel, gelet op het (overwegend) grensoverschrijdend karakter van online muziekgebruik, een redelijke uitleg van de CRR meebrengt dat deze gebiedsafbakening niet geldt waar het het verlenen van online-licenties betreft (en het krachtens de CRR verleende mandaat in zoverre onbegrensd is).


Naar het voorlopig oordeel van het hof wettigt het voorgaande de gevolgtrekking dat partijen het bepaalde in de CRR in die zin hebben begrepen dat de gebiedsafbakening van artikel 6.1 aan het verlenen van licenties ten behoeve van multiterritoriale online openbaarmaking in de weg stond en dat zij getracht hebben de eventuele nadelige/onpraktische consequenties van de in de CRR voorziene gebiedsafbakening wat de online-exploitatie van muziekrechten betreft te mitigeren door aanvullende overeenkomst(en) te sluiten. Het thans door Buma ingenomen standpunt dat krachtens de CRR met betrekking tot het verlenen van online-licenties geen territoriale beperking geldt valt met dit een en ander niet te rijmen en kan voorshands reeds hierom niet als juist worden aanvaard.


Het hof verwerpt het betoog van Buma dat PRS zich door het bedingen van de gebiedsafbakening schuldig heeft gemaakt aan misbruik van machtspositie in de zin van artikel 82 EG-Verdrag.


Categorieën: Auteursrecht, nocategory

Tags: , , , , , ,