Hof Amsterdam 2 augustus 2011 (Telegraaf tegen Pretium), LJN BT7315 (ECLI:NL:GHAMS:2011:BT7315)



Hof Amsterdam 2 augustus 2011 (Telegraaf tegen Pretium), ECLI:NL:GHAMS:2011:BT7315, LJN BT7315


Als de rechter, in het bijzonder de rechter in kort geding, aan onrechtmatige publicaties als de onderhavige het gevolg verbindt dat degene die voor die publicaties verantwoordelijk is, wordt veroordeeld tot openbaarmaking van rectificaties, staat ter discretie van die rechter op welke wijze die openbaarmaking moet geschieden en welke inhoud die rectificaties moeten hebben. Daarbij zal een rectificatie in het algemeen op dezelfde wijze openbaar moeten worden gemaakt als de oorspronkelijke publicatie; noodzakelijk is dat echter niet. Voorts zullen de maatregelen die de rechter treft, in hun totaliteit beschouwd, in het algemeen niet disproportioneel mogen zijn met de oorspronkelijke publicaties en hun reeds gebleken of nog te verwachten gevolgen. De rechter zal acht moeten slaan op alle relevante omstandigheden en zijn beslissing daarop moeten afstemmen.


Telegraaf heeft volstrekt onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de onrechtmatige publicaties al na een week niet meer vindbaar waren op het internet. Terecht wijst Pretium voorts erop dat Telegraaf de artikelen die zij publiceert, voor onbepaalde tijd op haar websites beschikbaar houdt. Niet valt in te zien waarom dat niet ook voor de onderhavige rectificaties het geval zou moeten zijn. Het komt het hof echter ongewenst voor aan het gebod geen enkele beperking in tijdsduur te verbinden. In redelijkheid mag worden aangenomen dat de kans dat de digitale artikelen op onverwachte momenten nog op het internet te voorschijn komen, over één jaar verwaarloosbaar gering is geworden, althans dat zulk te voorschijn komen dan geen noemenswaardige schade meer zal meebrengen.


Categorie├źn: nocategory, Onrechtmatige daad

Tags: , , , , ,