Hof Amsterdam 21 januari 2009 (Wilders) LJN BH0496, samenvatting. (ECLI:NL:GHAMS:2009:BH0496)



Hof Amsterdam, 21-01-2009 (Wilders)
ECLI:NL:GHAMS:2009:BH0496, LJN
BH0496

Hof Amsterdam beveelt de strafvervolging van het Tweede Kamerlid Geert Wilders

Op 21 januari 2009 heeft het gerechtshof te Amsterdam de strafvervolging bevolen van de parlementariër Geert Wilders wegens het aanzetten tot haat en discriminatie op grond van door hem gedane uitlatingen in diverse media over moslims en hun geloof. Tevens acht het hof strafvervolging aangewezen ter zake van belediging van de moslimgelovigen wegens de door Wilders gemaakte vergelijkingen van de islam met het nazisme.

Het hof deed zijn uitspraak naar aanleiding van een aantal klachten over niet-vervolging van Wilders terzake van diens uitlatingen in diverse media over moslims en hun geloof. De klagers konden zich niet vinden in de beslissing van het openbaar ministerie om geen gevolg te geven aan hun aangifte tegen Wilders.

Het hof heeft overwogen dat de gewraakte meningsuitingen van Wilders (ook zoals in beeld gebracht in zijn film Fitna) in onderlinge samenhang bezien naar Nederlands recht strafbaar zijn, zowel door hun inhoud als door de wijze van presenteren. Daarnaast heeft het hof de vraag beantwoord of een eventuele strafvervolging c.q. veroordeling toelaatbaar zou zijn volgens de normen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de daarop gebaseerde rechtspraak van het Europese Hof, dat de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel heeft .

Als laatste heeft het hof de vraag beantwoord of strafvervolging van Wilders vanwege zijn uitlatingen in de Nederlandse situatie wenselijk zou zijn (de opportuniteitsvraag). Volgens het hof is het haatzaaien in een democratische rechtsorde dermate ernstig dat een algemeen belang aanwezig is om in het maatschappelijk debat een duidelijke grens te trekken.


Categorie├źn: nocategory, Smaadschrift, Uitingsdelicten

Tags: , , , , , , , ,