Hof Amsterdam 23 oktober 2014 (imbeciel), ECLI:NL:GHAMS:2014:4476

Hof Amsterdam 23 oktober 2014 (imbeciel), ECLI:NL:GHAMS:2014:4476, ECLI:NL:GHAMS:2014:4476
Beklag tegen niet vervolgen.

Klager heeft op zijn website een column gepubliceerd waarin hij zich in grove bewoordingen uitlaat over “de jeugdzorg” in het algemeen. Beklaagde, zelf werkzaam in de jeugdzorg, heeft op de column gereageerd, en klager in die reactie “imbeciel” genoemd. Klager heeft daar aangifte van gedaan.

Het hof heeft in het kader van de beklagprocedure op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafrecht te beoordelen of een zaak die aan de strafrechter zal worden voorgelegd, een gerede kans heeft op een veroordeling.

Het hof is van oordeel dat gelet op de context van de discussie, geenszins vast staat dat de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen zou komen tot een veroordeling van beklaagde.
Wie wind zaait, zal storm oogsten, is een gezegde dat klager voor hij gepeperde uitlatingen op het internet doet, in gedachte zou moeten nemen. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat in de uitwisseling van berichten via publieke fora op het internet het fatsoen vaak ver te zoeken is en dat daarbij menigmaal ook de strafrechtelijke grenzen overschreden worden.
Het hof heeft er begrip voor dat het Openbaar Ministerie in veel van dit soort gevallen niet tot vervolging overgaat omdat er niet blijkt van voldoende maatschappelijk belang dat de vervolging kan rechtvaardigen.
Zonder te miskennen dat klager het woord “imbeciel” als beledigend heeft kunnen ervaren, is het hof van oordeel dat in gevallen als de onderhavige, en mede gelet op de context waarin de bewoordingen zijn gebezigd, het strafrecht niet het geëigende middel is om daar tegen op te treden.
.

 

Categorieën: nocategory

Tags: , ,