Hof Amsterdam 26 juli 2011 (Zwartepoorte), LJN BR3418 (ECLI:NL:GHAMS:2011:BR3418)



Hof Amsterdam 26 juli 2011 (Zwartepoorte), ECLI:NL:GHAMS:2011:BR3418, LJN BR3418


Hoger beroep van voorzieningenrechter Amsterdam 13 mei 2009, ECLI:NL:GHAMS:2011:BR3418, LJN BJ1595. Het bedrijf van Zwartepoorte, autohandelaar, wordt genoemd op sites van Appellant. Wanneer men via Google zoekt op de zoektermen “Zwartepoorte” en “failliet” geeft Google in de zoekresultaten via de zoekresultatenpagina de teksten van de websites www.klup.nl en www.miljoenhuizen.nl zodanig (gecombineerd) weer dat het voor de gemiddelde lezer lijkt alsof eiser failliet is. Het gaat hier niet om de vraag of Appellant aansprakelijk is voor de vertekende weergave door een zoekmachine, maar om de vraag of van Appellant actie kan worden verlangd wanneer blijkt dat (los van enige vraag naar verwijtbaarheid) sprake is van een dergelijke, schade opleverende, vertekende weergave.


Concrete kennis van de weergave op de Google zoekresultatenpagina had Appellant in ieder geval na de kennisgeving door Zwartepoorte. Het hof acht voldoende aannemelijk dat deze weergave schadelijk was voor Zwartepoorte en, bij voortduren daarvan, tot verdere aanmerkelijke schade kon leiden. Appellant heeft ter zitting in eerste aanleg kennelijk zelf laten weten dat hij met een geringe ingreep de zoekresultaten (voor de toekomst) kon beïnvloeden. Zijn stelling in hoger beroep dat hij zich aanzienlijke kosten en moeite heeft moeten getroosten, heeft hij onvoldoende toegelicht. Voor zover het gaat om een ingreep in de tekst op de website en een aantal verzoeken aan Google, volstaat dit niet ter onderbouwing. Dat Google zelf een Notice and Take down procedure kent, brengt niet mee dat de onderhavige vordering in kort geding tegen Appellant niet toewijsbaar kan zijn. Mogelijk is dat Zwartepoorte ook Google zelf met succes had kunnen aanspreken, maar of dit daadwerkelijk zo is, is onvoldoende duidelijk. In ieder geval kan voorshands niet met voldoende zekerheid worden aangenomen dat een vordering tegen Google op korte termijn het gewenste effect zou hebben gehad. Voor nader onderzoek op dit punt is in kort geding geen plaats. Appellant heeft voorts aangevoerd dat iedere gemiddelde internetgebruiker wel weet dat Google alleen maar citaten doorgeeft van de gevonden website. Ook als dit juist is, neemt dit echter niet weg dat van het bovenaan de resultatenpagina verschijnen van het onderhavige zoekresultaat onmiskenbaar de suggestie uitgaat dat de vermelding van het failliete bedrijf betrekking heeft op Zwartepoorte, ook al weet een internetgebruiker in theorie mogelijk wel dat het losse citaten kan betreffen. Niet iedere internetgebruiker zal vervolgens doorklikken. Ten slotte acht het hof de door Appellant gesuggereerde remedies die Zwartepoorte zelf had kunnen nemen – een persbericht of een bericht op haar website – niet afdoende om de schade effectief te beperken. Het gaat hier niet om een potentieel onrechtmatige uiting maar om de gevolgen van een ongelukkig samenstel van citaten in een zoekresultaat waardoor ten onrechte een faillissement wordt gesuggereerd. De vraag is dan of die gevolgen een beperking op de vrijheid van meningsuiting geoorloofd doen zijn. Dit hangt af van de concrete omstandigheden van het geval en ter beantwoording van die vraag is een belangenafweging vereist. Het hof verenigt zich met het oordeel van de voorzieningenrechter dat in de gegeven omstandigheden het belang van Zwartepoorte zwaarder weegt.





Categorieën: Maatman, nocategory, Onrechtmatige daad, Vrijheid van meningsuiting, Zoekmachine

Tags: , , , , ,