Hof Arnhem 4 mei 2005 (Eric O.), LJN AT4988. (ECLI:NL:GHARN:2005:AT4988)




Hof Arnhem 4 mei 2005 (Eric O.), LJN AT4988. (ECLI:NL:GHARN:2005:AT4988)

Uitspraak in de zaak Eric O. Verdachte diende als commandant,de totale situatie te beoordelen, waarbij hem uiteraard de nodige beoordelingsvrijheid toekwam. Naar het oordeel van het hof is verdachte met beide waarschuwingsschoten gebleven binnen de hem door ROE 151 gegeven bevoegdheid, gelet op de "commanders intent" met betrekking tot de "force property" en de vereisten van "force protection" bij de dreigende doorbreking van de rondombeveiliging. Dit brengt met zich, dat verdachte van het primair en subsidiair telastegelegde moet worden vrijgesproken. Verdachte was bevoegd tot het lossen van een waarschuwingsschot. Gelet op de omstandigheden ter plaatse, vooral het feit dat schoten in de lucht niet het gewenste effect hadden, kan niet gezegd worden dat een schot naar de grond op een volgens de toen heersende inzichten als veilig beschouwde plek als grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onzorgvuldig, onachtzaam of nalatig kan worden aangemerkt. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat in het algemeen het in de grond schieten bij een ondergrond als die ter plaatse onder omstandigheden niet als gevaarlijker dan een schot in de lucht werd beschouwd. Dit betekent dat verdachte ook van het meer subsidiair telastegelegde moet worden vrijgesproken.


Categorie├źn: nocategory