Hof Arnhem 5 juli 2011 (Medische misdrijven), LJN BR0246 (ECLI:NL:GHAMS:2011:BR0246)



Hof Arnhem 5 juli 2011 (Medische misdrijven), ECLI:NL:GHAMS:2011:BR0246, LJN BR0246

Naar het voorlopig oordeel van het hof kan, wat er ook zij van de vraag of Y X tijdenshet eenmalige consult op een juiste wijze heeft gediagnosticeerd en of hij haarlichamelijk lijden had kunnen doen verminderen, gezien het voorgaande nietgezegd worden dat voornoemde ernstige beschuldigingen steun vinden in defeiten. Dat er anderszins steun voor die beschuldigingen kan worden gevonden,heeft X niet aannemelijk gemaakt. X heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat debeschuldigingen dat Y de doofpot van medische fouten handhaaft,disfunctionerende vakbroeders dekt, en slachtoffers van medische fouten aan hunlot overlaat, steun vinden in het feitenmateriaal. Het moet er dan ook voorworden gehouden dat al voormelde beschuldigingen lichtvaardig zijn gedaan. Hethof merkt nog op dat de beschuldigingen met name gebaseerd zijn op het feit datY X niet heeft willen behandelen.

X heeft voormelde beschuldigingen geplaatst op de website. Vaststaat dat deze website bij gebruik van de diverse internet-zoekmachines bovenaan de lijst met ‘hits’verschijnt wanneer de roepnaam en achternaam van Y worden ingetypt. Zowel privé- als zakelijke relaties van Y, en (eventuele toekomstige) patiëntenworden bij een eerste zoektocht naar informatie over dan wel gegevens van Yderhalve met deze zware beschuldigingen geconfronteerd. Het is dan ook aannemelijk dat Y aanzienlijke hinder ondervindt van de door X geopende websiteen de daarop geuite diffamerende beschuldigingen. Dat het bezoekers van dewebsite duidelijk zal (kunnen) zijn dat Y niet daadwerkelijk, instrafrechtelijke zin, een moord (of een ander ernstig misdrijf) heeft begaan,doet daar niet aan af.

Naar hetvoorlopig oordeel van het hof maakt het voorgaande, in samenhang bezien, –waarbij het hof met name gewicht toekent aan de ernst van de beschuldigingen,het gebrek aan feitelijke onderbouwing, en het feit dat de beschuldigingen staanop een website met de eigennaam van Y in de naam – dat het belang van Y bijverwijdering van de aangehaalde beschuldigingen, naar het voorlopig oordeel vanhet hof, zwaarder weegt dan het belang van X om aandacht te vragen voor (hetverzwijgen van) medische fouten. In het verlengde hiervan acht het hof het registreren van de domeinnaam websiteen het lanceren van de onderhavige website, met als kennelijk doel om onder eengroot publiek, waaronder – zo valt uit de keuze van de naam van de website afte leiden – met name relaties en patiënten van Y, (lichtvaardige)beschuldigingen ten aanzien van Y bekend te maken, voorshands eveneensonrechtmatig. Nu de website enkel is gewijd aan verdachtmakingen jegens Y enniet is gesteld noch aannemelijk is geworden dat X (dan wel stichting) dewebsite voor enig ander doel wenst te gebruiken en dat de relaties en patiëntenvan Y daarbij niet zullen worden blootgesteld aan lichtvaardigeverdachtmakingen die afbreuk doen aan zijn integriteit, geloofwaardigheid, eeren goede naam, is ook de vordering om (aan de domeinnaamhouder en deexploitanten van zoekmachines te verzoeken om) de website website van hetinternet te verwijderen en verwijderd te houden, toewijsbaar.


Categorieën: Domeinnamenrecht, Klaagsites, nocategory, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Vrijheid van meningsuiting, Zoekmachine

Tags: , , , , , , ,