Hof Leeuwarden 15 juli 2005 (omgangsregeling), LJN AT9412 (ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9412)




Hof Leeuwarden 15 juli 2005 (omgangsregeling), LJN AT9412 (ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9412)

In het algemeen is het in het belang van een kind te achten dat het omgang heeft met de niet met het gezag belaste ouder. Dienovereenkomstig heeft de wetgever dan ook bepaald dat het kind en de niet met het gezag belaste ouder recht op omgang met elkaar hebben. Dat recht kan slechts worden ontzegd op de in artikel 1:377a lid 3 BW omschreven gronden. De vrouw heeft gesteld dat zij thans niet bereid en in staat is [de minderjarige] in te lichten over haar status. In de visie van de vrouw is omgang tussen de man en [de minderjarige] niet in het belang van [de minderjarige] zolang zij [de minderjarige] niet heeft voorgelicht omtrent haar status. Daarnaast acht de vrouw omgang tussen de man en [de minderjarige] feitelijk onmogelijk nu de man woonachtig is in de Verenigde Staten. Deze door de vrouw aangevoerde feiten en omstandigheden zijn naar het oordeel van het hof onvoldoende om te oordelen dat zich een van de ontzeggingsgronden voordoet als bedoeld in artikel 1:377a lid 3 BW. Waar voorts geen andere feiten en/of omstandigheden zijn gesteld of gebleken die tot een ander oordeel moeten leiden, is het hof met de rechtbank van oordeel dat een omgangsregeling als door de rechtbank omschreven dient te worden vastgesteld.


Categorie├źn: nocategory