Hof -s-Gravenhage 14 juni 2011 (Zakelijk InternetPlusBellen), LJN BQ7876 (ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ7876)



Hof -s-Gravenhage 14 juni 2011 (Zakelijk InternetPlusBellen), ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ7876, LJN BQ7876

Problemen in de uitvoering van overeenkomst "Zakelijk InternetPlusBellen" tussen appellante en geïntimeerde KPN, appellant kon ruim een maand geen gebruik maken van een telefoon- en internetverbinding. KPN beroept zich op de exoneratieclausule in haar algemene voorwaarden. Appellante stelt dat het beding onredelijk bezwarend is, waarmee zij – naar het hof begrijpt – een beroep doet op de vernietigbaarheid van een onredelijk bezwarend beding op grond van artikel 6:233, aanhef en onder a BW. Appellante laat evenwel na omstandigheden aan te voeren die tot de conclusie kunnen leiden dat het exoneratiebeding, gelet op de aard en inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en alle overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is. Appellante stelt wel dat aan de zijde van KPN sprake is van grove schuld, echter zonder deze stelling nader te concretiseren, anders dan door te verwijzen naar de genoemde brief van KPN aan appellante waarin KPN toegeeft dat de dienstverlening niet vlekkeloos is verlopen. Daarentegen voert KPN – ook in hoger beroep onweersproken – aan: – dat de exoneratie een in de branche alleszins gebruikelijk en noodzakelijk beding is, aangezien bij zakelijk gebruik de verhouding tussen de abonnementskosten en de financiële risico’s voor de telecomprovider buitenproportioneel is; – dat de exoneratie reeds sinds 1904 wordt gehanteerd, aanvankelijk in de vorm van een wettelijke exoneratie; – dat zich tijdens het leveringsproces allerlei onvoorziene technische beletselen kunnen voordoen, welke de aansluiting kunnen vertragen of geheel kunnen verhinderen, zodat de exoneratie met betrekking tot dergelijke vertragingen alleszins gerechtvaardigd is; – dat de exoneratie is aangegaan tussen twee professionele partijen. Een afweging van de voornoemde omstandigheden, mede in aanmerking genomen dat (indien daarvan sprake zou zijn) het hier slechts een geringe termijnoverschrijding betreft, kan naar het oordeel van het hof tot geen andere conclusie leiden dan dat het exoneratiebeding niet onredelijk bezwarend is in de zin van artikel 6:233, aanhef en onder a BW.


Categorieën: Algemene voorwaarden, Internettoegangsdiensten, nocategory, Verbintenissenrecht

Tags: , , , , ,