Hof ’s-Gravenhage 22 december 2010 (Strafzaak e-Donkey indexeringsites), LJN BO8239 (ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8239)



Hof ’s-Gravenhage 22 december 2010 (Strafzaak e-Donkey indexeringsites), ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8239, LJN BO8239


Hoger beroep van Rechtbank Rotterdam 24 juli 2007, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8239, LJN BB0268; strafzaak tegen aanbieders van e-Donkey indexeringsites Releases4U.


Naar het oordeel van het hof is noch uit het dossier, noch uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat – op het moment dat door de officier van justitie werd besloten tot het entameren van strafrechtelijke vervolging tegen de verdachte – sprake was van een redelijk vermoeden van schuld dat de verdachte zich, al dan niet samen met de medeverdachten, bezig hield met het op grote schaal inbreuk maken op auteursrechten.
In het dossier zijn evenmin gronden te vinden waarop, op het moment van de beslissing van de officier van justitie om strafrechtelijke dwangmiddelen toe te passen in de zaak tegen de verdachte, een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van de verdachte in verband met de overige in de Aanwijzing genoemde criteria voor strafrechtelijke handhaving zou kunnen worden gebaseerd.
Voorts heeft de getuige verklaard dat het gebruikelijk was dat de FIOD na ontvangst van door Stichting Brein opgestelde dossiers nader onderzoek verrichtte voordat werd overgegaan tot strafrechtelijke handhaving.
Het hof stelt echter vast dat uit het dossier niet blijkt dat dergelijk onderzoek in de onderhavige zaak heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat slechts de door Stichting Brein aangeleverde dossiers als grondslag hebben gediend voor de beslissing van het openbaar ministerie om ten aanzien van de verdachte over te gaan tot strafrechtelijke handhaving.



Alles overwegende is het hof van oordeel dat het Openbaar Ministerie – gelet op de in de Aanwijzing vermelde criteria voor strafrechtelijke handhaving – niet in redelijkheid tot zijn vervolgingsbeslissing heeft kunnen komen en dat het openbaar ministerie met zijn beslissing om in de zaak tegen de verdachte over te gaan tot strafrechtelijke handhaving de beginselen van behoorlijke procesorde heeft geschonden. Naar het oordeel van het hof dient het Openbaar Ministerie dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging van de verdachte.


Categorieën: Auteursrecht, Downloaden / uploaden, nocategory, Strafvordering

Tags: , , , , , , , , , ,