Hof ‘s-Gravenhage 31 juli 2012 (imam in Fitna), LJN BX2991 (ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2991)



Hof ‘s-Gravenhage 31 juli 2012 (imam in Fitna), ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2991, LJN BX2991

Appellant is imam. Een fragment van een Netwerk-interview met hem is in Fitna opgenomen.


Appellant heeft niet (duidelijk) aangevoerd dat de passages die aan het fragment van zijn Netwerk-interview voorafgaan, een voor zijn goede naam schadelijke context opleveren.


De enkele en niet nader uitgewerkte stelling van appellant dat ‘als gevolg van zijn negatieve aanwezigheid in de film, hij op het internet met grote regelmaat is bedreigd, die het daglicht niet kunnen dragen’ is onvoldoende om te kunnen aannemen dat hij door het gebruik van zijn beeltenis en uitlatingen in Fitna daadwerkelijk voldoende ernstig nadeel heeft ondervonden. Bij gebreke aan concrete informatie over de aard en inhoud van de gestelde bedreigingen kan de ernst daarvan niet worden vastgesteld.


Nu appellant zich zelf met controversiële uitspraken in het publieke debat heeft begeven is zijn belang op zichzelf beschouwd van onvoldoende gewicht om Stichting PVV het haar door artikel 10 lid 1 EVRM gewaarborgde recht te ontzeggen om één van die controversiële uitspraken te gebruiken in haar bijdrage aan het publieke debat. In aanmerking nemende dat dit niet is gedaan in een voor appellant schadelijke context, appellant niet voldoende heeft onderbouwd dat hij daarvan anderszins nadelige gevolgen van voldoende betekenis heeft ondervonden en zijn strikte privé-sfeer daardoor niet is getroffen, moet appellant zich dat laten welgevallen.


Categorie├źn: Bedreiging, nocategory, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Portretrecht, Vrijheid van meningsuiting

Tags: , , , , , , , ,