Hof ‘s-Hertogenbosch 11 juli 2003 (schending ambtsgeheim), LJN AH9823 (ECLI:NL:GHSHE:2003:AH9823)




Hof ‘s-Hertogenbosch 11 juli 2003 (schending ambtsgeheim), LJN AH9823 (ECLI:NL:GHSHE:2003:AH9823)

Nu op 5 juni 2001 door Gedeputeerde Staten op grond van artikel 25 van de Provinciewet, welk artikel een uitputtende regeling geeft inzake openbaarmaking en geheimhouding, welke als bijzondere regeling voorrang heeft boven de Wet Openbaarheid van Bestuur (het hof verwijst hierbij naar de vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State met betrekking tot het gelijkluidende artikel 25 van de Gemeentewet), de geheimhouding van het Concept Statenvoorstel nr.56/01A en het bijbehorend Memorandum of Understanding was opgelegd en deze in de tenlastegelegde periode niet was opgeheven, of door middel van niet-bekrachtiging door Provinciale Staten was vervallen, staat voor het hof vast dat voor verdachte de in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde geheimhoudingsplicht bestond. Of de status van geheimhouding, zoals verdachte beweert, ten onrechte aan voornoemde bescheiden was opgelegd, staat niet ter beoordeling aan de strafrechter en doet niet af aan de overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht, van welke overtreding verdachte zich blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep ook terdege bewust was, en voor het plegen waarvan hij om hem moverende redenen heeft gekozen.


Categorie├źn: nocategory