Hof ‘s-Hertogenbosch 22 april 2011 (ruchtbaarheid via MSN), LJN BQ2450 (ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ2450)



Hof ‘s-Hertogenbosch 22 april 2011 (ruchtbaarheid via MSN), ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ2450, LJN BQ2450

Onder "ruchtbaarheid geven" als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht dient te worden verstaan "het ter kennis van het publiek brengen" (zie onder meer Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ2450, LJN BC9186). Met zodanig "publiek" is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld.
Het hof stelt voorop dat het gebruik van een chatprogramma als MSN of een ander digitaal netwerk (als Hyves of Facebook) op een wijze als door verdachte gedaan in beginsel kan leiden tot het plegen van het delict als ten laste gelegd. Immers, ook langs deze weg kan een grotere groep personen, bestaande uit willekeurige derden, bereikt worden. Zodoende kan ruchtbaarheid worden gegeven als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht.
In de onderhavige zaak is door de politie geen nader onderzoek verricht naar de omvang van de groep van personen (“vriendenkring”) die verdachte tot haar MSN-account had toegelaten en evenmin is er onderzoek verricht naar de samenstelling van deze groep. Ook ontbreekt verdere informatie omtrent de vraag hoe lang de teksten op MSN voor anderen zichtbaar zijn geweest.
Een en ander leidt het hof tot de conclusie dat, nu de stelling van verdachte door de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kan worden weerlegd, niet kan worden vastgesteld dat de teksten kenbaar zijn geworden voor een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden. Aan het bestanddeel “met het kennelijke doel daaraan ruchtbaarheid te geven” is derhalve niet voldaan en om die reden dient verdachte te worden vrijgesproken van hetgeen ten laste is gelegd.


Categorieën: Chat, nocategory, Smaadschrift, Sociale netwerksites, Uitingsdelicten

Tags: , , , , , , , , , ,