Hof ‘s-Hertogenbosch 26 april 2012 (Clonlaraschool), LJN BW4064 (ECLI:NL:GHSHE:2012:BW4064)



Hof ‘s-Hertogenbosch 26 april 2012 (Clonlaraschool), ECLI:NL:GHSHE:2012:BW4064, LJN BW4064


Voor zover voor internetrecht van belang: Kind van verdachte is ingeschreven bij Clonlaraschool in Michigan, VS, die afstandsonderwijs via internet biedt. Voor een beroep op vrijstelling als bedoeld in art. 5 onder c Lpw is geregeld bezoeken van een inrichting van onderwijs buiten Nederland van belang.


Vastgesteld moet worden dat in casu geen sprake is van enig bezoek van de school in fysieke zin. Het bezoek waarvan volgens de verdediging sprake is, kan worden aangemerkt als virtueel bezoek. Kan met dit virtueel bezoek ook worden voldaan aan de wettelijke eis van geregeld bezoek? De tekst van de wet verzet zich wellicht niet tegen een dergelijke interpretatie. Naar het oordeel van het Hof dienen de achtergrond van de in artikel 5 onder c. geregelde vrijstelling en de bedoeling van de wetgever bij de interpretatie van de wet een rol te spelen. Deze achtergrond betreft de situatie van kinderen woonachtig in de grensstreek. De wetgever wilde het mogelijk maken dat die kinderen ingeschreven zouden worden voor een school in het buitenland. Het gaat dan om regulier schoolbezoek, in fysieke zin, van een inrichting van onderwijs in het buitenland. Uit niets blijkt dat de wetgever, ten tijde van de totstandkoming van bedoelde bepaling of nadien, met het geregeld bezoek van een inrichting van onderwijs in het buitenland het oog heeft gehad op virtueel bezoek. Het is bovendien onaannemelijk dat de wetgever het oog heeft gehad op virtueel onderwijs gelet op het feit dat eind jaren zestig nog geen sprake was van dergelijk onderwijs. Voorts is van belang dat de wetgever thuisonderwijs in beginsel niet mogelijk heeft willen maken. In de door de verdediging gehuldigde opvatting, wordt deze keuze doorkruist. Een inrichting van onderwijs in het buitenland kan met gesteld virtueel onderwijs immers een situatie bewerkstelligen die feitelijk gelijk is aan thuisonderwijs. Tot een dergelijke lezing dwingt de tekst van de artikelen 5 onder c. en 9 Lpw echter in het geheel niet. Indien de wetgever een constructie als de onderhavige mogelijk zou willen maken, ligt het op zijn weg om zulks door wetswijziging te bewerkstelligen. Het gaat de rechtsvormende taak van de rechter te buiten om deze keuze voor de wetgever te maken. De maatschappelijke discussie op het vlak van scholing en de leerplicht waar zowel de verdediging als de advocaat-generaal op heeft gewezen, geven de rechter naar het oordeel van het Hof des te meer aanleiding om die taak terughoudend uit te oefenen. Het Hof legt de in artikel 5 onder c. opgenomen eis van geregeld bezoek derhalve uit als bezoek in fysieke zin.


Categorie├źn: nocategory, School

Tags: , , , ,