Hof ’s-Hertogenbosch 7 april 2009 (wederrechtelijk verkregen voordeel), LJN BI1965 (ECLI:NL:GHSHE:2009:BI1965)




Hof ’s-Hertogenbosch 7 april 2009 (wederrechtelijk verkregen voordeel), LJN BI1965 (ECLI:NL:GHSHE:2009:BI1965)

Ten aanzien van het vermeende wederrechtelijk verkregen voordeel hebben de advocaat-generaal en de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het aansluit bij het onder 2 ten laste gelegde feit, van welk feit veroordeelde is vrijgesproken en dat, gelet op deze vrijspraak, dit wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden afgewezen. Het hof is van oordeel dat voornoemd standpunt feitelijk onjuist is. Het hof overweegt daartoe als volgt. Het samen met dan wel op verzoek van [naam 1] ontwikkelen van [naam virusprogramma] en het via internet naar [naam 1] versturen betreft naar het oordeel van het hof echter een ander feit,soortgelijk aan het door het hof onder 1 bewezen verklaarde feit. Het hof is van oordeel dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat voornoemde [naam 1] met [naam virusprogramma] computers heeft geïnfecteerd en aldus strafbare feiten heeft gepleegd soortgelijk aan de onder 1 bewezen verklaarde computervredebreuk en dat deze strafbare feiten, gelet op de nauwe en bewuste samenwerking, tevens door veroordeelde als medepleger/medeplichtige zijn begaan. De voor zijn werkzaamheden door veroordeelde ontvangen geldbedragen hebben naar het oordeel van het hof derhalve een criminele/illegale herkomst en kunnen op grond van artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (soortgelijke feiten) worden aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel en kunnen daarom worden ontnomen.


Categorieën: nocategory