Hof ’s-Hertogenbosch 7 juni 2011 (Shoetime), LJN BQ7524 (ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ7524)



Hof ’s-Hertogenbosch 7 juni 2011 (Shoetime), ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ7524, LJN BQ7524

Geschiltussen internetwinkels in midden en zuiden van het land enerzijds enschoenherstelbedrijf in Beilen en Groningen anderzijds, die beide dehandelsnaam “Shoetime” voeren.

Het gebruikvan een handelsnaam in en met name als een domeinnaam zal immers, nu hetinternet heel Nederland bestrijkt, zonder meer meebrengen dat die handelsnaamin heel Nederland niet meer gebruikt kan worden. Daarmee is dan gegeven datdoor een zodanige domeinnaam te nemen de passage in verband met de aard derbeide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn in artikel 5 Hnwillusoir is gemaakt en geworden. Naar het oordeel van het hof strekt deze bepaling ertoe, voor de ondernemingdie plaatselijk haar onderneming voert, plaatselijke bekendheid te beschermendoor verwarringscheppend gebruik van derden te verbieden. Het enkele feit dateen onderneming een website heeft, brengt echter nog niet mee dat reeds daaromde bekendheid waarop artikel 5 Hnw doelt tot heel het land wordt uitgebreid enbescherming geboden dient te worden. Artikel 5 Hnw heeft dan ook niet destrekking de (regionale) bescherming die zij (de domeinnaam weggedacht) biedt,uit te breiden tot heel Nederland indien en zodra een onderneming haarhandelsnaam in een domeinnaam opneemt. In dit verband merkt het hof op dat dezebepaling er ook niet toe strekt om de handelsnaambescherming uit te breidenindien en zodra een onderneming gaat adverteren in een landelijk dagblad of opradio en televisie. Ook dan zal een vergelijkbaar verwarringsgevaar te duchtenzijn. Aldus naamsbekendheid uitstralen maakt het gebruik van dezelfde naam inandere regio’s niet, althans niet zonder meer onrechtmatig. Voor dieuitbreiding is minstgenomen tevens vereist dat exploitatie zich ook heeftuitgebreid doordat derden van buiten de oorspronkelijke regio gebruik zijn gaanmaken van de aangeboden diensten. Daarvan is hier geen sprake. Dat door dedomeinnaam derden van buiten de regio waarin X. haar bedrijf exploiteert kenniskunnen nemen van het bestaan van haar bedrijf is een onvermijdbareomstandigheid, maar niet een omstandigheid die de bedrijfsvoering van X. raakt,althans daarvan is niet gebleken. Het enkele feit dat de domeinnaam verwarringkan doen ontstaan is evenwel onvoldoende voor het opleggen van het verbod vanartikel 5 Hnw.Het hof neemt voorts in overweging dat de verwarring bij het publiek niet zozeer is gelegen in het gebruik van de domeinnaam Shoetime.nl, maar in hetslordig lezen van de site waarop men terecht komt. Weliswaar zal bij de toetsvan het verwarringsgevaar niet uitgegaan moeten worden van een oplettendelezer, maar van een gemiddelde lezer. Niet elke slordigheid die kan ontstaanleidt tot het in artikel 5 Hnw beoogde verwarringsgevaar. Het hiergeconstateerde verwarringsgevaar verdient geen bescherming. Wie Shoetime opGoogle opzoekt krijgt 169.000 hits (in de op 24 februari 2011 overgelegdeuitdraai nog 135.000 hits). Deze leiden tot beide partijen. Het spreekt voorzich dat daaruit een keuze moet gemaakt, bijvoorbeeld door de plaats vanvestiging in te voeren. Dat gebruikers van Google uit deze mogelijkheden eenverkeerde keuze kunnen maken is onvoldoende om appellanten het gebruik van dehandelsnaam Shoetime te verbieden.


Categorieën: Domeinnamenrecht, Handelsnaamrecht, Maatman, nocategory

Tags: , , , , , ,