Hof van Justitie EU 29 juli 2019 (Fashion ID), zaak C‑40/17, ECLI:EU:C:2019:629

Hof van Justitie EU 29 juli 2019 (Fashion ID), zaak C‑40/17, ECLI:EU:C:2019:629

Voor zover van belang voor internetrecht. Het Hof van Justitie EU (Tweede kamer) verklaart voor recht:

[….]
2) De beheerder van een internetsite, zoals Fashion ID GmbH & Co. KG, die op deze site een social plug-in invoegt die ervoor zorgt dat de browser van een bezoeker van die site, content van de aanbieder van die plug-in opvraagt en daartoe persoonsgegevens van de bezoeker aan deze aanbieder doorzendt, kan worden geacht voor de verwerking verantwoordelijk te zijn in de zin van artikel 2, onder d), van richtlijn 95/46. Deze verantwoordelijkheid is evenwel beperkt tot de bewerking of het geheel van bewerkingen op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens waarvan respectievelijk waarvoor hij daadwerkelijk het doel en de middelen vaststelt, te weten het verzamelen en door middel van doorzending verstrekken van de gegevens in kwestie.

3) In een situatie als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, waarin de beheerder van een internetsite op deze site een social plug-in invoegt die ervoor zorgt dat de browser van de bezoeker van die site content van de aanbieder van die plug-in opvraagt en daartoe persoonsgegevens van de bezoeker aan deze aanbieder doorzendt, zijn deze verwerkingshandelingen ten aanzien van die beheerder en die aanbieder enkel gerechtvaardigd indien elk van hen daarmee een gerechtvaardigd belang behartigt in de zin van artikel 7, onder f), van richtlijn 95/46.

4) Artikel 2, onder h), en artikel 7, onder a), van richtlijn 95/46 moeten aldus worden uitgelegd dat in een situatie als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, waarin de beheerder van een internetsite op deze site een social plug-in invoegt die ervoor zorgt dat de browser van een bezoeker van die site content van de aanbieder van die plug-in opvraagt en daartoe persoonsgegevens van de bezoeker aan deze aanbieder doorzendt, de op grond van die bepalingen vereiste toestemming enkel door die beheerder moet worden verkregen voor de bewerking of het geheel van bewerkingen op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens waarvan respectievelijk waarvoor hij het doel en de middelen vaststelt.

Daarnaast moet artikel 10 van die richtlijn aldus worden uitgelegd dat ook de daarin neergelegde verplichting tot informatieverstrekking in een dergelijke situatie rust op die beheerder, zij het dat de door hem aan de betrokkene te verstrekken informatie enkel betrekking dient te hebben op de bewerking of het geheel van bewerkingen op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens waarvan respectievelijk waarvoor hij daadwerkelijk het doel en de middelen vaststelt.

Categorieën: Gegevensbeschermingsrecht, Positie tussenpersonen

Tags: , , , , , , ,