Hoge Raad 12 november 2019 (poging tot grooming ook strafbaar), ECLI:NL:HR:2019:1736

Hoge Raad 12 november 2019 (poging tot grooming ook strafbaar), ECLI:NL:HR:2019:1736

Blijkens de memorie van toelichting bij de Rijkswet tot goedkeuring van het Verdrag van Lanzarote heeft Nederland geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zich overeenkomstig art. 24, derde lid, Verdrag van Lanzarote het recht voor te behouden om de poging tot het plegen van de in art. 23 van dat Verdrag omschreven gedragingen niet strafbaar te stellen. In art. 248e Sr is ook niet bepaald dat poging tot dit misdrijf niet strafbaar is. De geschiedenis van de totstandkoming van art. 248e Sr, waarop het middel een beroep doet, geeft evenmin blijk van de opvatting dat poging tot het misdrijf van art. 248e Sr niet strafbaar zou zijn. De daarin gemaakte opmerkingen over de strekking van het misdrijf van art. 248e Sr houden immers verband met de strafwaardigheid van het (voltooide) misdrijf, terwijl daarin tevens tot uitdrukking wordt gebracht dat de strafbaarstelling van art. 248e Sr betrekking heeft op gedragingen die aan seksueel misbruik voorafgaan.

Het oordeel van het Hof dat een poging tot het misdrijf van art. 248e Sr strafbaar is, is juist.

Categorie├źn: Grooming

Tags: , ,