Hoge Raad 17 mei 2005 (schending geheimhoudingsplicht), LJN AS4610. (ECLI:NL:HR:2005:AS4610)




Hoge Raad 17 mei 2005 (schending geheimhoudingsplicht), LJN AS4610. (ECLI:NL:HR:2005:AS4610)

De opvatting dat de strafrechter zelfstandig dient te beoordelen of de in art. 272.1 Sr bedoelde en beweerdelijk door verdachte geschonden geheimhoudingsplicht terecht aan verdachte is opgelegd, is onjuist. De vraag of de opgegeven redenen inderdaad noopten tot het opleggen van die geheimhoudingsplicht staat ter beoordeling van Gedeputeerde Staten. De taak van de strafrechter is beperkt tot een onderzoek van de vraag of de aan verdachte opgelegde geheimhoudingsplicht formeel in overeenstemming is met de wettelijke regeling waarop deze is gebaseerd. Het voorgaande staat niet in de weg aan een beroep op strafuitsluitingsgronden, zoals die van de noodtoestand. In dat verband kan door de strafrechter worden beoordeeld of en in hoeverre de niet naleving van de geheimhoudingsplicht in het concrete geval kan worden gerechtvaardigd o.g.v. de door de verdachte gediende belangen.


Categorie├źn: Computercriminaliteit, nocategory