Hoge Raad 17 mei 2019 (vestigingsplaats houder), ECLI:NL:HR:2019:548

Hoge Raad 17 mei 2019 (vestigingsplaats houder), ECLI:NL:HR:2019:548

Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een binnenlands of buitenlands kansspel is niet van belang is waar degene die gelegenheid geeft tot deelname aan het kansspel is gevestigd, maar is beslissend waar de houder van dat spel is gevestigd.

In het arrest van 27 februari 2015 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat artikel 1, lid 1, aanhef en letter e, Wet KSB (tekst 2009, thans artikel 1, lid 1, aanhef en letter d, ten tweede, Wet KSB) buiten toepassing moet blijven met betrekking tot de heffing over het positieve verschil tussen de in een kalendermaand gewonnen prijzen en de in die kalendermaand gedane inzetten behaald bij in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde aanbieders in verband met de toepassing van artikel 56 VWEU. Ingeval een belastingplichtige op deze bepaling een beroep doet, dienen voor de in artikel 3, lid 1, letter c, Wet KSB voorziene saldering alle in een tijdvak door de belanghebbende behaalde resultaten van via internet gespeelde kansspelen van in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde houders van die kansspelen, buiten beschouwing te worden gelaten.

Categorie├źn: Belastingrecht, Gokken op internet