Hoge Raad 2 oktober 2018 (uitbuiting geen bestanddeel art. 273f lid 1 sub 5 Sr.), ECLI:NL:HR:2018:1823

Hoge Raad 2 oktober 2018 (uitbuiting geen bestanddeel art. 273f lid 1 sub 5 Sr.), ECLI:NL:HR:2018:1823

OM-cassatie. Vrijspraak mensenhandel met betrekking tot minderjarige door 16-jarig meisje over te halen foto’s van zichzelf te maken, waarna foto’s op internetsites zijn geplaatst, zij is aangeboden als prostituee en potentiële klanten haar hebben benaderd, zonder dat er seksuele handelingen zijn verricht, art. 273f lid 1 sub 5 Sr. Moet ‘uitbuiting’ worden aangemerkt als impliciet bestanddeel? Art. 273f lid 1 sub 5 Sr strekt ter bescherming van minderjarigen. Om die reden ontbreekt daarin ook de eis van het uitoefenen van dwang, welke eis wel wordt gesteld in art. 273f lid 1 sub 4 Sr (vgl. ECLI:NL:HR:2014:1174) en beperkt het zich tot het ertoe brengen van een minderjarige zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en het beschikbaar stellen van zijn organen tegen betaling, alsmede tot het ondernemen van handelingen waardoor een minderjarige daartoe overgaat. Dit in aanmerking genomen en mede gelet op de wetsgeschiedenis – waarin onder meer is opgemerkt dat in het algemeen aan de exploitatie van prostitutie van minderjarigen misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht inherent is – is er, anders dan geldt ten aanzien van art. 273f lid 1 sub 3 en 273f lid 1 sub 4 Sr (vgl. ECLI:NL:HR:2016:554 en ECLI:NL:HR:2016:857), geen grond ‘uitbuiting’ naast de overige bestanddelen aan te merken als een impliciet bestanddeel van art. 273f lid 1 sub 5 Sr. ’s Hofs andersluidende opvatting is dan ook onjuist. Hof heeft vastgesteld dat minderjarige A, die destijds 16 jaar oud was, op verzoek van verdachte foto’s van zichzelf heeft gemaakt waarop zij een bh en een string droeg, dat zij deze foto’s naar verdachte heeft gestuurd, dat verdachte vervolgens advertenties heeft gemaakt en dat, nadat de advertenties op internet waren geplaatst, A werd gebeld door mannen. Op grond daarvan heeft Hof kennelijk – en niet onbegrijpelijk – geoordeeld dat verdachte A ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen voor prostitutie als bedoeld in  art. 273 lid 1 sub 5 Sr. ‘s Hofs oordeel dat de enkele omstandigheid dat vervolgens geen seksuele handelingen tussen A en een derde hebben plaatsgevonden in de weg staat aan bewezenverklaring van de op die bepaling toegesneden telastelegging, vindt evenmin steun in het recht. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Categorieën: Foto's, Mensenhandel

Tags: , , , , , ,