Hoge Raad 23 juni 2020 (“met hem”), ECLI:NL:HR:2020:1085

Hoge Raad 23 juni 2020 (“met hem”), ECLI:NL:HR:2020:1085

Oplegging TBS ter zake van (poging tot) uitlokken ontucht (art. 248a Sr), grooming (art. 248e Sr) en belaging (art. 285b Sr). Verdachte heeft geprobeerd – door zich voor te doen als meisje – twee minderjarige jongens zover te krijgen dat zij zichzelf onder andere met ontbloot onderlichaam, zouden fotograferen of filmen en die beelden naar hem zouden sturen.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever met het vervallen van de woorden “met hem” in artikel 248a lid 1 (oud) Sr heeft beoogd uitdrukkelijk ook strafbaar te stellen een kind van nog geen achttien jaren door de in dat artikellid genoemde middelen opzettelijk te bewegen tot ontuchtige handelingen op afstand van en zonder lijfelijk contact met de dader, dus met zichzelf of met een derde, bijvoorbeeld via internet.

Voor oplegging van TBS moet gemotiveerd worden of er sprake is van een “geweldsmisdrijf”. Aan de wetsgeschiedenis niet valt te ontlenen dat de wetgever heeft beoogd het misdrijf van artikel 248a (oud) Sr slechts dan als ‘geweldsmisdrijf’ aan te merken, indien de ontuchtige handelingen in de fysieke nabijheid van de dader hebben plaatsgevonden en sprake is geweest van lijfelijk contact.

Categorieën: Belaging, Grooming, Identiteitsfraude, Sociale netwerksites

Tags: , , , , , , , , , ,