Hoge Raad 24 maart 2020 (ACAB), ECLI:NL:HR:2020:501

Hoge Raad 24 maart 2020 (ACAB), ECLI:NL:HR:2020:501

’s Hofs oordeel dat verdachte ‘opzettelijk’ politieambtenaar A heeft beledigd door het zingen van leus ‘ACAB’, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Het hof acht de verklaring van de verdachte, dat hij niet wist van het beledigende karakter van de leus ‘ACAB’, niet geloofwaardig. Allereerst is onaannemelijk dat de verdachte een leus richting de politie zingt waarvan hij de betekenis of strekking niet kent. Daarnaast heeft het hof in openbare bron, het internet via de zoekmachine ‘Google’, gezocht op de lettercombinatie ACAB, waarbij het hof alleen heeft gekeken naar resultaten op vrij toegankelijke Nederlandse webpagina’s. Uit deze zoekopdracht blijkt dat over de afkorting (en de beledigende betekenis daarvan) zeer veel nieuwsberichten zijn gepubliceerd, zowel door regionale als landelijke media. Zo luidde de kop van één van de artikelen in het NRC-Handelsblad in 2011: “Dankzij de Hoge Raad weet nu iedereen wel wat ACAB betekent.” Naast de vele mediawebsites, komt de term ook terug op pagina’s van andere websites die onder brede lagen van de bevolking bekendheid genieten, zoals bijvoorbeeld Wikipedia en Dumpert.

Categorieën: Belediging (strafrecht), Zoekmachineresultaat

Tags: , , , , , , ,