Hoge Raad 24 maart 2020 (Context zaak), ECLI:NL:HR:2020:447

Hoge Raad 24 maart 2020 (Context zaak), ECLI:NL:HR:2020:447

Criminele en terroristische organisatie die zich bezig hield met via Facebook en YouTube opruien tot deelname aan gewapende strijd in Syrië, werven van Syriëgangers, financieren van terrorisme en bevorderen of vergemakkelijken van door jihadstrijders te plegen levensdelicten in Syrië.

’s Hofs oordeel dat het niet ten aanzien van iedere uitlating afzonderlijk heeft te beoordelen of inhoud daarvan opruiend is maar dat het daarbij telkens (mede) gaat om de (ook aan samenhang tussen en context van deze uitingen te ontlenen) strekking van deze uitingen, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Ook kan indirecte aansporing tot enig strafbaar feit worden aangemerkt als opruiing.

Het Hof heeft de grondslag van de tenlastelegging niet verlaten door de uitlatingen op de Facebookpagina niet afzonderlijk te beoordelen maar in samenhang te bezien, waarbij ook op zichzelf mogelijk niet-opruiende berichten rol kunnen spelen omdat zij beogen aandacht van (potentiële) lezers te trekken en hen tot ‘volgen’ van pagina te verleiden.

Het oordeel van het Hof dat voor zover verdachte niet zelf zo’n bericht heeft geplaatst, hij als redacteur van Facebookpagina bijdrage van voldoende gewicht aan plaatsing ervan heeft geleverd en hij dus als medepleger kan worden aangemerkt – is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Categorieën: Filmpjes op internet, Positie tussenpersonen, Terrorisme, Uitingsdelicten

Tags: , , , , , , , , , , , , ,