Hoge Raad 29 juni 2018 (TPB vervolg), ECLI:NL:HR:2018:1046

Hoge Raad 29 juni 2018 (TPB vervolg), ECLI:NL:HR:2018:1046

Vervolg op HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3307, NJ 2018/110 en HvJEU 14 juni 2017, zaak C-610/15, ECLI:EU:C:2017:456, NJ 2018/114. Het HvJ heeft beslist dat het begrip ”mededeling aan het publiek”, in de zin van artikel 3, lid 1, van de Auteursrechtrichtlijn (2001/29/EG) aldus moet worden uitgelegd dat, het beschikbaar stellen en het beheer, op internet, van een platform voor de uitwisseling van bestanden dat, door de indexering van meta-informatie inzake beschermde werken en de verstrekking van een zoekmotor, de gebruikers van dit platform in staat stelt deze werken te vinden en deze in het kader van een peer-to-peernetwerk te delen, hieronder valt.

Vordering ex art. 26d Aw tegen internetprovider tot blokkade website die auteursrecht-inbreuken van gebruikers faciliteert en, blijkens de uitspraak van het HvJEU, daardoor ook zelf inbreuk maakt.

Er is geen grond om, zoals het onderdeel bepleit, in dit verband een andere regel te hanteren dan de uit art. 150 Rv voortvloeiende regel dat, indien de tussenpersoon tegen wie een vordering als bedoeld in art. 26d Aw is gericht, gemotiveerd betwist dat het gevorderde bevel effectief of evenredig is, de bewijslast van de effectiviteit of evenredigheid op de eisende partij rust.

Categorieën: Auteursrecht, Bewijs (privaatrechtelijk), Downloaden / uploaden, IP-blokkade, Positie tussenpersonen

Tags: , , , , , , , ,