Hoge Raad 5 april 2019 (Usenet), ECLI:NL:HR:2019:503

Hoge Raad 5 april 2019 (Usenet), ECLI:NL:HR:2019:503

Vast staat dat, door tussenkomst van NSE, beschermde werken ter beschikking zijn gesteld aan het publiek zonder toestemming van de rechthebbenden omdat in elk geval een substantieel deel van de binaries inbreukmakend materiaal bevat.

Partijen (Stichting Brein en NSE) worden in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de prejudiciële vragen die de Hoge Raad wil stellen aan het Hof van Justitie.

  1. Verricht een exploitant van een platform voor Usenetdiensten (zoals NSE is geweest), onder de omstandigheden zoals hiervoor beschreven, een mededeling aan het publiek in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn?
  2. Zo ja: Staat de vaststelling dat de exploitant van een platform voor Usenetdiensten een mededeling aan het publiek verricht in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn in de weg aan toepassing van art. 14 lid 1 Richtlijn inzake elektronische handel)?

3.Zo nee: Speelt de exploitant van een platform voor Usenetdiensten, die diensten verleent zoals hiervoor omschreven, anderszins een actieve rol die in de weg staat aan een geslaagd beroep op art. 14 lid 1 Richtlijn inzake elektronische handel?

  1. Kan aan de exploitant van een platform voor Usenetdiensten die een mededeling aan het publiek verricht en aan wie een geslaagd beroep toekomt op art. 14 lid 1 Richtlijn inzake elektronische handel, worden verboden om de inbreuk voort te zetten, dan wel kan hem een bevel worden opgelegd dat meer omvat dan hetgeen is vermeld in art. 14 lid 3 van de Richtlijn inzake elektronische handel, of levert dat strijd op met art. 15 lid 1 Richtlijn inzake elektronische handel?

Categorieën: Auteursrecht, Positie tussenpersonen, Usenet

Tags: , , , , , , , , , ,