Hoge Raad 7 januari 2014 (camerabeelden voetbalrellen), ECLI:NL:HR:2014:42



Hoge Raad 7 januari 2014 (camerabeelden voetbalrellen), ECLI:NL:HR:2014:42

Hof: Ingevolge artikel 2 van de Politiewet 1993 is de politie bevoegd handelingen te verrichten die de in die bepaling aan haar opgedragen taak meebrengt. De algemene taakomschrijving van dit artikel in combinatie met het bepaalde in de artikelen 141 en 142 Wetboek van Strafvordering biedt naar het oordeel van het hof een toereikende wettelijke grondslag voor het tonen van de beelden op internet. Verder geldt dat de gebruikte methode van opsporing proportioneel was. Oproepen in de pers aan verdachte(n) om zich te melden hebben geen effect gehad. Voorts hebben zich geen getuigen gemeld en waren er kennelijk geen andere manieren om de verdachten te identificeren. Ten slotte speelt de aard van de verdenking een rol.


HR: Het oordeel van het Hof dat erop neerkomt dat het tonen van de camerabeelden van de verdachte op internet in de gegeven omstandigheden niet in strijd is met beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, zodat het tonen van de beelden van de verdachte op internet niet onrechtmatig is geweest en geen vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv oplevert dat tot bewijsuitsluiting of strafvermindering aanleiding kan geven, is niet onbegrijpelijk en behoefde, mede gelet op hetgeen ten verwere is aangevoerd, geen nadere motivering.


Categorie├źn: nocategory, Pers, Strafvordering

Tags: , , , , , , , , ,