Hoge Raad 7 juni 2019 (Usenet prejudiciële vragen), ECLI:NL:HR:2019:849

Hoge Raad 7 juni 2019 (Usenet prejudiciële vragen), ECLI:NL:HR:2019:849

Vervolg op HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:503.

Hoge Raad stelt de volgende vragen van uitleg van Unierecht waarvan de Hoge Raad beantwoording door het HvJEU nodig acht voor zijn beslissing op het cassatieberoep:

  1. Verricht een exploitant van een platform voor Usenetdiensten (zoals NSE is geweest), een mededeling aan het publiek in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn?
  2. Zo ja: Staat de vaststelling dat de exploitant van een platform voor Usenetdiensten een mededeling aan het publiek verricht in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn in de weg aan toepassing van art. 14 lid 1 Richtlijn inzake elektronische handel?
  3. Zo nee (en een beroep op de vrijstelling van art. 14 lid 1 Richtlijn inzake elektronische handel dus in beginsel mogelijk is): Speelt de exploitant van een platform voor Usenetdiensten een actieve rol die anderszins in de weg staat aan een geslaagd beroep op art. 14 lid 1 Richtlijn inzake elektronische handel?
  4. Kan aan de exploitant van een platform voor Usenetdiensten die een mededeling aan het publiek verricht en aan wie een geslaagd beroep toekomt op art. 14 lid 1 Richtlijn inzake elektronische handel, worden verboden om de inbreuk voort te zetten, dan wel kan hem een bevel worden opgelegd dat meer omvat dan hetgeen is vermeld in art. 14 lid 3 van de Richtlijn inzak elektronische handel, of levert dat strijd op met art. 15 lid 1 Richtlijn inzake elektronische handel?

Categorieën: Auteursrecht, Downloaden / uploaden, E-commerce, Positie tussenpersonen

Tags: , , , , , , , , ,