HR 1 juli 2008 (afbeelding van een seksuele gedraging), LJN BC8645. (ECLI:NL:HR:2008:BC8645)




HR 1 juli 2008 (afbeelding van een seksuele gedraging), LJN BC8645. (ECLI:NL:HR:2008:BC8645)

Bewijs afbeeldingen van kinderporno i.d.z.v. art. 240b.1 Sr. Aan de term “afbeelding van een seksuele gedraging” i.d.z.v. art. 240b Sr, komt op zichzelf onvoldoende feitelijke betekenis toe (HR LJN ZD1030 en verwijzing naar Aanwijzing Kinderpornografie van 2003 en 2007). Behoudens 2 in de tll feitelijk omschreven afbeeldingen, voldoet de inleidende dgv niet aan de in art. 261 Sv gestelde eis van opgave van het feit. Het pv ttz in appel houdt echter niet in dat daarop door verdachte een beroep is gedaan en het middel klaagt er niet over. Dat, zoals is bewezenverklaard, de gegevensdragers 299 afbeeldingen bevatten van seksuele gedragingen waarbij telkens een persoon was betrokken die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, heeft het Hof kennelijk o.m. afgeleid uit een relaas van een opsporingsambtenaar. Bedoeld relaas houdt – op 2 afbeeldingen na – niet in hoe de verbalisant is gekomen tot zijn bevinding dat de afbeeldingen voldeden aan “de criteria voor overtreding van art. 240b Sr” en zijn bevindingen t.a.v. de leeftijd van de afgebeelde kinderen. De verwijzing naar de Landelijke Database kinderpornografie maakt dat niet anders nu de bewijsvoering niets inhoudt omtrent de status van de database en de criteria voor het daarin opnemen van afbeeldingen. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat uit de bwm wel kan worden afgeleid dat verdachte heeft erkend dat hij kinderpornografie in zijn bezit heeft gehad, maar niet dat die erkenning betrekking heeft op alle 299 in de tll bedoelde afbeeldingen, kan het bewezenverklaarde niet zonder meer volgen uit het relaas van de verbalisant.


Categorieën: Kinderporno, nocategory