HvJ EU 16 juni 2011 (Thuiskopie vs. Opus), zaak C-462/09



HvJ EU 16 juni 2011 (Thuiskopie vs. Opus), zaak C-462/09

Art. 5 leden 2, sub b en 5 van de Auteursrechtrichtlijn (Richtlijn 2001/29/EG) moet aldus moeten worden uitgelegddat de eindgebruiker die voor privégebruik een reproductie vervaardigt van eenbeschermd werk, in beginsel moet worden aangemerkt als de schuldenaar van de invoornoemd lid 2, sub b, bedoelde billijke compensatie. Het staat delidstaten evenwel vrij een vergoeding voor privégebruik in te voeren die dientte worden betaald door de personen die installaties, apparaten ofinformatiedragers ter beschikking stellen van de eindgebruiker, wanneer die personen beschikken over de mogelijkheid om het bedrag van die vergoeding doorte berekenen in de door de eindgebruiker betaalde prijs van dieterbeschikkingstelling.

De lidstaat die een stelsel heeft ingevoerdwaarin de vergoedingen voor het kopiëren voor privégebruik van beschermdewerken moeten worden betaald door de fabrikant of importeur vaninformatiedragers, en op wiens grondgebied het nadeel ontstaat dat auteurslijden als gevolg van het privégebruik van hun werken door de aldaar wonendekopers, is verplicht om te garanderen dat die auteurs daadwerkelijk de billijkecompensatie ontvangen die is bestemd om hen schadeloos te stellen voor datnadeel. Dienaangaande is de enkele omstandigheid dat de bedrijfsmatig handelende verkoper van installaties, apparaten en informatiedragers isgevestigd in een andere lidstaat dan die waar de kopers wonen, niet van invloedop die resultaatsverplichting. Het staat aan de nationale rechter om, wanneerhet onmogelijk is om de billijke compensatie bij de kopers te incasseren, het nationale recht aldus uit te leggen dat die compensatie bij een schuldenaar die optreedt als handelaar kan worden geïncasseerd.





Categorieën: Auteursrecht, nocategory

Tags: , , , , , ,