Raad van State 9 maart 2011 (Ambtsbericht vs. Human Rights Watch), LJN BP7479 (ECLI:NL:RVS:2011:BP7479)



Raad van State 9 maart 2011 (Ambtsbericht vs. Human Rights Watch), ECLI:NL:RVS:2011:BP7479, LJN BP7479

De vreemdeling heeft ter ondersteuning van zijn stelling geen van de op de internetpagina van Wikileaks geplaatste documenten overgelegd. De omstandigheid dat hij hiervoor, naar hij stelt, onvoldoende tijd heeft gehad, kan er niet aan afdoen dat ingevolge artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 op hem de bewijslast rust om aannemelijk te maken dat zich een rechtsgrond voor verlening voordoet. Door te overwegen dat van de vreemdeling niet kan worden verwacht dat hij de door Wikileaks gepubliceerde documenten overlegt, is de voorzieningenrechter hieraan voorbijgegaan en heeft hij niet onderkend dat het niet aan de minister is om aannemelijk te maken dat de door de vreemdeling gestelde uitzonderlijke situatie zich niet voordoet.
Het door de vreemdeling overgelegde Human Rights Watch (HRW) bericht behelst de resultaten van een voorlopig onderzoek dat deze organisatie aan de hand van een aantal door Wikileaks gepubliceerde documenten heeft verricht naar twee incidenten die plaatsvonden in augustus 2008 en mei 2009. Volgens dat onderzoek hebben de Verenigde Staten voor die incidenten een lager aantal burgerslachtoffers gemeld dan uit de onderzochte documenten naar voren komt. Gelet op het summiere en voorlopige karakter van dit op twee incidenten betrekking hebbende onderzoek en in aanmerking genomen dat het ambtsbericht niet slechts is gebaseerd op door de Verenigde Staten verstrekte informatie, maar ook op informatie uit andere bronnen, waaronder de Verenigde Naties, heeft de vreemdeling, anders dan de voorzieningenrechter heeft overwogen, met het overleggen van het HRW bericht geen concrete aanknopingspunten aangevoerd voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het ambtsbericht.


Categorie├źn: nocategory, Vreemdelingenrecht

Tags: , , , , , ,