Rechtbank Almelo 10 november 2004 (Wavemaster), LJN AR5711 (ECLI:NL:RBALM:2004:AR5711)




Rechtbank Almelo 10 november 2004 (Wavemaster), LJN AR5711 (ECLI:NL:RBALM:2004:AR5711)

Bose stelt dat E.C.A. haar merk gebruikt voor waren die identiek zijn aan de waren waarvoor Bose haar merken heeft ingeschreven en gebruikt. Het stemt verwarringwekkend overeen met de merken van Bose. Bose is gerechtigd de nietigheid en de doorhaling van het merk WAVEMASTER van E.C.A. te vorderen. Het depot van WAVEMASTER komt immers in rangorde ná dat van de merken WAVE en ACOUSTIC WAVE van Bose. E.C.A. voert aan: -De dagvaarding voldoet niet aan de eisen van de artikelen 111, lid 3 (substantiëringsplicht en bewijsaandraagplicht) en 150 (wie stelt moet bewijzen) van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). -E.C.A. gebruikt de merknaam WAVEMASTER niet. -De merknamen van Bose hebben geen of te weinig onderscheidend vermogen. -Er bestaat geen verwarringsgevaar. -Art. 13A lid 1 sub c en d BMW is niet toepasselijk omdat niet aanwezig zijn de vereiste schademodaliteiten, te weten het door E.C.A. ongerechtvaardigd voordeel trekken uit en/of afbreuk doen aan de reputatie of het onderscheidend vermogen van de merknamen van Bose. E.C.A. stelt zich op het standpunt dat de vorderingen moeten worden afgewezen. De rechtbank verklaart nietig het depot van het merk van E.C.A.


Categorie├źn: nocategory, Zoekmachineresultaat