Rechtbank Almelo 5 maart 2012 (arbitraal vonnis E-Court), LJN BV8413 (ECLI:NL:RBALM:2012:BV8413)



Rechtbank Almelo 5 maart 2012 (arbitraal vonnis E-Court), ECLI:NL:RBALM:2012:BV8413, LJN BV8413


De gewijzigde algemene voorwaarden van E-Court houden een arbitragebeding in. Het arbitraal beding behoeft (vgl. Hoge Raad 17 januari 2003, NJ 2004, 280) nu het als zodanig deel uitmaakt van de tussen arbitrale partijen geldende algemene voorwaarden, niet uitdrukkelijk te worden aanvaard. Met de aanvaarding van de gewijzigde algemene voorwaarden heeft gedaagde daarom ook het arbitraal beding, zoals overeengekomen in die algemene voorwaarden, aanvaard. Bovendien is in het onderhavige geval sprake van een aanvullende algemene bepaling, inhoudende een arbitragebeding, die is ingegaan op een moment dat tussen partijen nog niet reeds van een geschil sprake was.


De voorzieningenrechter is, in tegenstelling tot hetgeen hij in eerdere door E-Court bij deze rechtbank gevoerde procedures heeft geoordeeld, van oordeel dat gedaagde (stilzwijgend) arbitrage heeft aanvaard. De omstandigheid dat van gedaagde binnen een termijn van een maand initiatief wordt verlangd indien hij het geschil door de overheidsrechter wenst te beslechten, maakt het oordeel van de voorzieningenrechter – in de gegeven omstandigheden – niet anders. In de gewijzigde toepasselijke algemene voorwaarden, die thans de rechtsverhouding tussen partijen mede beheersen, is immers uitdrukkelijk de keuzemogelijkheid voor de consument, gedaagde, van arbitrage dan wel overheidsrechter overeengekomen.


Tot slot overweegt de voorzieningenrechter dat, toetsend aan de Europese rechtspraak hieromtrent, geen sprake is van een oneerlijk beding, nu het beding de consument, gedaagde, niet de mogelijkheid ontneemt om in plaats van arbitrage voor overheidsrechtspraak te kiezen. Bovendien valt niet in te zien, waarom een arbitraal beding dat voorziet in arbitrage in Nederland, dat een solide met waarborgen omklede regeling van arbitrage in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kent, ‘oneerlijk’ in de zin van onredelijk bezwarend zou zijn. Illustrerend in dit verband is ook dat de wetgever bescherming van consumenten tegen arbitrage, als bijzondere vorm van geschillenbeslechting, niet noodzakelijk heeft geacht (zie artikel 6: 236 sub n Burgerlijk Wetboek).


Categorieën: Algemene voorwaarden, Burgerlijk procesrecht, nocategory

Tags: , , , , , , , , ,