Rechtbank Almelo 8 januari 2010 (Collectief horeca- en winkelverbod), LJN BK8911 (ECLI:NL:RBALM:2010:BK8911)



Rechtbank Almelo 8 januari 2010 (Collectief horeca- en winkelverbod), ECLI:NL:RBALM:2010:BK8911, LJN
**BK8911**

Collectief winkelverbod houdt het volgende in. De eerste keer dat een persoon bij een aangesloten winkelondernemer op heterdaad betrapt wordt op (poging tot) winkeldiefstal krijgt hij van de politie een gele kaart of, indien de winkeldiefstal met agressie gepaard ging, een rode kaart met een geldigheidsduur van 24 maanden uitgereikt. Na een gele kaart wordt, bij recidive binnen een half jaar, een rode kaart uitgereikt met een geldigheidsduur van 12 maanden. De politie overhandigt de kaart en houdt daarvan een registratie bij. De politie zorgt er vervolgens voor dat de personalia en een foto op een alleen door de ondernemers en hun personeel te raadplegen site in te zien zijn. Vegelijkbare regeling voor collectief horecaverbod.


Politierechter verwijst zaak tegen verdachte die beschuldigd wordt van huisvredebreuk (art.138 lid 1 Sr) vanwege het betreden van een horecagelegenheid ondanks een rode kaart, naar de meervoudige kamer, omdat er met betrekking tot de regelingen veel praktische (zoals met betrekking tot de kenbaarheid van het collectief verbod) en principiële vragen zijn.


Is een ondernemer in het huidige systeem wel voldoende gemachtigd om namens een ander de toegang t e ontzeggen in die anders winkel?


En mag het wel zo zijn dat blijkens het protocol “verstrekkingsvoorwaarden persoonsgegevens politie aan ondernemers” de politie verklaart zich te verbinden aan de voorwaarde “dat de politie niet aansprakelijk is voor oneigenlijk gebruik van de verstrekte politieinformatie”? Hoezo is de politie niet aansprakelijk voor misbruik van informatie die zij verspreidt? Staat er een rechtsmiddel open tegen uitreiking van een gele of rode kaart (vergelijk het via de Gemeentewet in de APV van onder meer Enschede geregelde gebiedsverbod)? Hoe verhoudt zich dit winkelverbod en het horecaverbod tot de vrijheid van verplaatsing, gegarandeerd in onder meer artikel 2, derde lid, van het Vierde Protocol bij het EVRM? Hoe verhoudt het collectief winkelverbod zich tot het discriminatieverbod, namelijk:


is het gerechtvaardigd om iemand niet in de winkel toe te laten als hij elders twee maal is betrapt – wellicht zelfs zonder veroordeling – terwijl men anderen die dat niet is overkomen (of die elders in Nederland twee maal zijn betrapt) wel toelaat? Is het proportioneel dat iemand in een dronken bui op zijn zestiende verjaardag in een disco een jongen slaat die te lang en indringend naar zijn meisje kijkt, anderhalf jaar later niet met zijn ouders uit eten mag in een chique restaurant om te vieren dat hij zijn eindexamen heeft gehaald? Hoe zit het met de onschuldpresumptie, in het bijzonder als zelfs de (later wegens onvoldoende overtuigend bewijs niet verder vervolgde) poging tot winkeldiefstal reeds tot een rode kaart kan leiden? Op grond waarvan mag de politie hieraan meewerken?


De politierechter is zich ervan bewust dat overlast en met name geweld in het uitgaansleven een reëel en niet te onderschatten kwaad is, maar wie maakt in alle hiervoor genoemde kwesties de afwegingen? Waar is de rechtsstaat in een en ander? Waar is de democratische controle op een en ander?



Categorieën: nocategory, Strafrecht, Strafvordering

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,