Rechtbank Amsterdam 1 juni 2017 (Zoom.in), ECLI:NL:RBAMS:2017:4990

Rechtbank Amsterdam 1 juni 2017 (Zoom.in), ECLI:NL:RBAMS:2017:4990

Door het ingrijpen van Zoom.in is het sinds 23 december 2016 voor MN niet langer mogelijk om haar onderneming te exploiteren zoals zij gewend was. Zij kan geen nieuwe ‘creators’ uitnodigen, geen meldingen van YouTube verwerken, geen kanalen verwijderen en de reclame-inkomsten worden, anders dan voorheen, niet meer gestort op haar eigen AdSense-rekening bij YouTube, maar op die van Zoom.in, die deze inkomsten vervolgens niet (volledig) aan MN doorbetaalt. Aldus wordt MN belemmerd in haar bedrijfsvoering, en kan zij haar eigen verplichtingen, waaronder het betalen van de bij MN aangesloten ‘creators’ moeilijk nakomen.

Kortom, MN kan niet meer zelfstandig opereren, wat daarvóór onder de vlag van de Overeenkomst wel het geval was.

Tussen partijen is niet in geschil dat Zoom.in op grond van de Overeenkomst in beginsel gehouden is om het CMS aan MN ter beschikking te stellen. Dit eenzijdig wijzigen door Zoom.in is daarmee in strijd.

Kort gezegd komt het verweer van Zoom.in hierop neer dat zij (1) in de onmogelijkheid verkeert om (onverkort) aan deze verplichting te (blijven) voldoen, omdat dit fatale gevolgen zou kunnen hebben voor zowel MN als Zoom.in (omdat Google/YouTube in dat geval het scherm ‘op zwart’ zou zetten, omdat MN een door YouTube ongewenst ‘subnetwork’ is) en/of (2) dat zij gerechtigd is om haar verplichtingen op te schorten, omdat MN op haar beurt zich volgens Zoom.in niet aan haar verplichtingen houdt.

Voorshands is voldoende aannemelijk dat de rechter in een eventuele bodemprocedure zal oordelen dat Zoom.in geen goede gronden heeft om de Overeenkomst niet langer na te komen.

Categorieën: Verbintenissenrecht

Tags: , , ,