Rechtbank Amsterdam 15 februari 2018 (NRC-artikel), ECLI:NL:RBAMS:2018:1644

Rechtbank Amsterdam 15 februari 2018 (NRC-artikel), ECLI:NL:RBAMS:2018:1644

RTBF-verzoek met betrekking tot NRC-artikel waarin verslag wordt gedaan van het strafproces tegen  verzoeker en tevens melding wordt gemaakt van zijn veroordeling.

In het verweer van Google ligt mede besloten dat zij zich erop beroept dat artikel 16 Wbp, waarmee de Privacyrichtlijn is geïmplementeerd, niet dient te gelden in het geval van het beschikbaar maken voor het publiek door een zoekmachine van publicaties waarin wordt bericht over strafrechtelijke persoonsgegevens betreffende medeburgers.

Dit verweer slaagt. De essentiële functie van zoekmachines in de huidige, wereldwijd door het internet verbonden, samenleving, zou immers onaanvaardbaar worden beperkt als het voor exploitanten van zoekmachines categorisch zou zijn verboden aan het publiek koppelingen ter beschikking te stellen naar publicaties waarin wordt bericht over strafrechtelijke verdenkingen tegen, of strafrechtelijke veroordelingen van medeburgers.

Belangenafweging leidt tot de conclusie dat geen sprake is van een voldoende bijzonder en zwaarwegend publiek belang om te kunnen spreken van een ‘bijzonder geval’ als hiervoor bedoeld. Daarom geldt overeenkomstig het uitgangspunt dat de grondrechten van een natuurlijk persoon als bedoeld in de artikelen 7 en 8 Handvest (het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens) zwaarder wegen dan, en dus voorrang hebben op, het economisch belang van de exploitant van de zoekmachine en het gerechtvaardigde belang van de internetgebruikers die mogelijk toegang kunnen krijgen tot de desbetreffende zoekresultaten.

Categorieën: Gegevensbeschermingsrecht, Right to be forgotten

Tags: , , , ,