Rechtbank Amsterdam 15 juli 2019 (trollen), ECLI:NL:RBAMS:2019:5078

Rechtbank Amsterdam 15 juli 2019 (trollen), ECLI:NL:RBAMS:2019:5078

Aan uitlatingen (“Een beetje een kindermisbruikershoofd heeft-ie wel. Hij ziet er uit als het archetype van de valse, laffe, achterbakse NSB’ende pederast”) die op zichzelf wel een beledigend karakter hebben, wordt door de context waarin de uitlatingen gedaan zijn, het beledigende karakter ontnomen. Die context bestaat uit: een column over ‘trollen’, oftewel het provoceren, schelden, etc. op internet teneinde iemand in diskrediet te brengen.

Verdachte journalist heeft hiermee een onderwerp aan de orde willen stellen waarmee een publiek belang is gemoeid. Provoceren en choqueren zijn bekende stijlfiguren in columns en is te plaatsen tegen de achtergrond van hetgeen verdachte in de column aan de orde stelt. Slachtoffer is blijkens tweets die verdachte heeft overgelegd zelf een actief deelnemer is aan het publieke debat en schuwt daarbij de provocatie niet. Tenslotte moet de strafrechter grote terughoudendheid betrachten bij het beperken van het recht op vrije meningsuiting, in het bijzonder in geval van een journalist.

Categorieën: Belediging (strafrecht), Journalist, Vrijheid van meningsuiting

Tags: , , , , , , , , ,