Rechtbank Amsterdam 16 februari 2017 (overlevering aan Tsjechië), ECLI:NL:RBAMS:2017:1041

Rechtbank Amsterdam 16 februari 2017 (overlevering aan Tsjechië), ECLI:NL:RBAMS:2017:1041

De rechtbank overweegt dat het Europees aanhoudingsbevel (EAB) gegevens dient te bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht en het voor de rechtbank duidelijk is of het verzoek voldoet aan de in de Overleveringswet geformuleerde vereisten. Daartoe dient het EAB een beschrijving te bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Bovendien dient die bepaling de naleving van het specialiteitsbeginsel te kunnen waarborgen.

De rechtbank overweegt dat in de onderhavige zaak in het EAB – zakelijk weergegeven – staat vermeld dat de opgeëiste persoon in de genoemde periode at various locations in Prague, in the various personal computers accessible to public, met behulp van de ongeautoriseerde installatie van het software programma ‘keylogger’ informatie naar zijn aan de computer aangesloten geheugenkaart heeft kunnen (laten) verzenden, waarmee hij in bezit kwam van de data van betaalkaarten van anderen, die hij misbruikte voor de aanschaf van goederen of het overboeken van geldbedragen naar zijn eigen bankrekeningen. Voorts is in het A-formulier, vermeld: Place(s) of offence(s): Prague/ Czech Republic. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat Praag als pleegplaats wordt aangemerkt.

Categorieën: Computercriminaliteit, Internationaal strafrecht, Oplichting

Tags: , , , , , ,