Rechtbank Amsterdam 18 mei 2017 (Blijf een AAP), ECLI:NL:RBAMS:2017:3343

Rechtbank Amsterdam 18 mei 2017 (Blijf een AAP), ECLI:NL:RBAMS:2017:3343

Verdachte wordt verweten dat hij op Facebook de uitlating heeft geplaatst en gedeeld “Blijft een AAP”. Door aangeefster met een aap te vergelijken wordt zij in haar eer en goede naam aangetast. Het is echter de vraag of kan worden bewezen dat het geplaatste bericht daadwerkelijk op aangeefster sloeg. Artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht, waarin belediging is strafbaar gesteld, vereist immers opzet op de persoon van de beledigde, in dit geval aangeefster.

In het dossier bevindt zich een pagina met daarop een screenshot van het bericht. Uit het dossier blijkt dat dit bericht is geplaatst op Facebook. Uit het dossier kan evenwel niet worden afgeleid waar op Facebook dit is geweest en in welke context. Was het bijvoorbeeld een reactie, en, zo ja, waarop dan? Verdachte ontkent dat dit bericht over aangeefster ging. De rechtbank kan niet vaststellen dat dit wel het geval is.

Dit leidt tot de conclusie dat het ten laste gelegde feit, belediging, niet kan worden bewezen.

Verdachte zal daarom worden vrijgesproken.

Categorieën: Belediging (strafrecht), Sociale netwerksites

Tags: , , , , , ,