Rechtbank Amsterdam 21 augustus 2019 (American Express chargecard), ECLI:NL:RBAMS:2019:6191

Rechtbank Amsterdam 21 augustus 2019 (American Express chargecard), ECLI:NL:RBAMS:2019:6191

American Express heeft de charge card op naam van gedaagde verstrekt. Gedaagde stelt geen card te hebben, maar te zijn opgelicht door een vriend.

American Express heeft ten tijde van de aanvraag niet gecontroleerd of de identiteit van de aanvrager inderdaad gedaagde betrof. American Express heeft niet verzocht om het overleggen van een identificatiebewijs of een digitale handtekening. American Express heeft evenmin het opgegeven e-mailadres gecontroleerd bij de Kamer van Koophandel. Het e-mailadres stond daar niet geregistreerd. Evenmin heeft American Express gecontroleerd of het ingevoerde adres het woonadres was van gedaagde en of hij op dat adres stond ingeschreven. De controles die American Express stelt te hebben uitgevoerd zijn allemaal terug te voeren op de informatie die is ingevuld bij de aanvraag. Zo bevestigt de overboeking van € 0,01 van de bankrekening alleen het bestaan van een bankrekening op naam van gedaagde.

Het is een feit van algemene bekendheid dat aan oplichting inherent is, dat deze slaagt bij de gratie van (te) goedgelovige slachtoffers. De stelling van American Express komt erop neer dat een oplettend en redelijk handelend ondernemer, althans een weldenkend mens, geen slachtoffer kan worden van een oplichting, gegeven de door haar aangehaalde specifieke indicaties.

Conclusie: American Express heeft haar stelling dat gedaagde met haar een overeenkomst voor de charge card is aangegaan onvoldoende met specifieke feiten en omstandigheden toegelicht in het licht van het gemotiveerde verweer van gedaagde.

Categorieën: E-commerce, Financiële dienstverlening, Identiteitsfraude, Oplichting

Tags: , , , ,