Rechtbank Amsterdam 27 augustus 2014 (Lira-UPC), ECLI:NL:RBAMS:2014:5397



Rechtbank Amsterdam 27 augustus 2014 (Lira-UPC), ECLI:NL:RBAMS:2014:5397

Geschil tussen Lira (collectieve beheersorganisatie) en ISP’s, onder wie UPC. Rechtsvraag: de vraag of UPC c.s. met de lineaire doorgifte van werken en het online ter beschikking stellen van (deze) werken in het kader van Uitzending Gemist-diensten inbreuk maakt op aan Lira overgedragen auteursrechten en op de auteursrechten van auteurs die door Lira worden vertegenwoordigd.


Tussen partijen staat vast dat met de uitzendingen via de kabel en de online terbeschikkingstelling, sprake is van een openbaarmaking in de zin van artikel 12 Aw. Voor deze openbaarmaking is toestemming vereist van de auteursrechthebbende (artikel 1 Aw).


De vraag of UPC c.s. inbreuk maakt op de auteursrechten van auteurs voor wie Lira op de voet van artikel 26a Aw optreedt, behoeft geen beoordeling. Voor een actie van Lira op grond van artikel 26a Aw is een noodzakelijke voorwaarde dat sprake is van een heruitzending, hetgeen een eerdere openbaarmakingshandeling veronderstelt (zie in dit verband r.o. 4.1.3. van het arrest Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:735, Norma/NLKabel). Van een eerdere openbaarmakingshandeling is echter geen sprake. UPC c.s. heeft in dit verband naar voren gebracht dat het signaal dat door haar via de kabel aan haar klanten wordt verzonden, door de omroepen via de “Media Gateway” wordt aangeleverd. De Hoge Raad heeft in het arrest Norma/NLKabel geoordeeld dat met het ter beschikking stellen van programmadragende signalen aan de kabelexploitanten (hier: UPC c.s.) via de Media Gateway geen openbaarmakingshandeling wordt verricht (r.o. 4.2.3). Dit leidt tot de conclusie dat er dus ook geen sprake is van een heruitzending. Er is wel sprake van inbreuk op de aan Lira overgedragen auteursrechten.


Categorieën: Auteursrecht, nocategory, Openbaar, Positie tussenpersonen, Streamen, Televisie via internet

Tags: , , , , ,